BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-2000
Artikel I-P78
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Voor iedere functie aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2 en d16, die voor rijksbekostiging in aanmerking wordt gebracht, wordt bij een normbetrekking een aantal rekeneenheden verbruikt als is aangegeven in onderstaand schema.
1a. Voor de functie van leraar in opleiding, bedoeld in hoofdstuk I-T, die voor rijksbekostiging in aanmerking wordt gebracht, worden bij een normbetrekking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d1, voor zover het betreft een basisschool 76 rekeneenheden verbruikt en voor zover het een speciale school voor basisonderwijs betreft 81 eenheden verbruikt, en worden bij een normbetrekking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d2, 81 rekeneenheden verbruikt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de functie van de betrokkene bedoeld in artikel I-Q101, onder b, uitgegaan van de maximumschaal die op grond van het bepaalde in één van de paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk I-Q bij de desbetreffende functie behoort.
3. Indien voor een betrokkene bedoeld in artikel I-S601, V-S201 en V-S301 een hogere salarisschaal geldt of zal gelden dan de maximumschaal die behoort bij de functie waarin hij is benoemd, wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid voor zijn functie een aantal rekeneenheden verbruikt dat overeenkomt met de hogere salarisschaal. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een betrokkene bedoeld in artikel I-R401, onder b, die is benoemd in een functie waarvoor schaal 10 de maximumschaal is en voor wie een salaris geldt of zal gelden in maximumschaal 12.
4. Bij benoeming van een betrokkene als bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, dan wel bij benoeming van een betrokkene als bedoeld in artikel I-T3, onder a, in een betrekking waarvan de omvang niet gelijk is aan die van een normbetrekking wordt het aantal rekeneenheden, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, naar evenredigheid vastgesteld. De aldus berekende uitkomst wordt op rekenkundige wijze afgerond op 2 decimalen.
5. Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste tot en met derde lid en in afwijking van het bepaalde in het vierde lid, geldt dat voor de betrokkene wiens salaris wordt berekend op grond van artikel I-P15, een aantal eenheden wordt verbruikt dat wordt berekend aan de hand van de formule
w x (d : e) x f, waarin
w = de omvang van de werktijdfactor waarvoor betrokkene is benoemd voor zover die voor rijksbekostiging in aanmerking wordt gebracht;
d = het aantal kalenderdagen gedurende welke de betrokkene in die functie in de desbetreffende kalendermaand is benoemd;
e = het aantal kalenderdagen dat in de desbetreffende maand geldt;
f = het aantal rekeneenheden dat op grond van het eerste tot en met derde lid bij de desbetreffende functie behoort.
De aldus berekende uitkomst wordt op rekenkundige wijze afgerond op 2 decimalen.
6. Indien een betrokkene als bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, verlof als bedoeld in artikel I-C32, I-C33, I-C34 of I-C35 geniet, is het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid van toepassing, indien de functie van de betrokkene gedurende ten minste een gedeelte van het voorafgaande schooljaar voor rijksbekostiging in aanmerking werd gebracht.
1a. Voor de functie van leraar in opleiding, bedoeld in hoofdstuk I-T, die voor rijksbekostiging in aanmerking wordt gebracht, worden bij een normbetrekking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d1, voor zover het betreft een basisschool 76 rekeneenheden verbruikt en voor zover het een speciale school voor basisonderwijs betreft 81 eenheden verbruikt, en worden bij een normbetrekking aan een instelling als bedoeld in artikel I-A1, onder d2, 81 rekeneenheden verbruikt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de functie van de betrokkene bedoeld in artikel I-Q101, onder b, uitgegaan van de maximumschaal die op grond van het bepaalde in één van de paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk I-Q bij de desbetreffende functie behoort.
3. Indien voor een betrokkene bedoeld in artikel I-S601, V-S201 en V-S301 een hogere salarisschaal geldt of zal gelden dan de maximumschaal die behoort bij de functie waarin hij is benoemd, wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid voor zijn functie een aantal rekeneenheden verbruikt dat overeenkomt met de hogere salarisschaal. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een betrokkene bedoeld in artikel I-R401, onder b, die is benoemd in een functie waarvoor schaal 10 de maximumschaal is en voor wie een salaris geldt of zal gelden in maximumschaal 12.
4. Bij benoeming van een betrokkene als bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, dan wel bij benoeming van een betrokkene als bedoeld in artikel I-T3, onder a, in een betrekking waarvan de omvang niet gelijk is aan die van een normbetrekking wordt het aantal rekeneenheden, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, naar evenredigheid vastgesteld. De aldus berekende uitkomst wordt op rekenkundige wijze afgerond op 2 decimalen.
5. Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste tot en met derde lid en in afwijking van het bepaalde in het vierde lid, geldt dat voor de betrokkene wiens salaris wordt berekend op grond van artikel I-P15, een aantal eenheden wordt verbruikt dat wordt berekend aan de hand van de formule
w x (d : e) x f, waarin
w = de omvang van de werktijdfactor waarvoor betrokkene is benoemd voor zover die voor rijksbekostiging in aanmerking wordt gebracht;
d = het aantal kalenderdagen gedurende welke de betrokkene in die functie in de desbetreffende kalendermaand is benoemd;
e = het aantal kalenderdagen dat in de desbetreffende maand geldt;
f = het aantal rekeneenheden dat op grond van het eerste tot en met derde lid bij de desbetreffende functie behoort.
De aldus berekende uitkomst wordt op rekenkundige wijze afgerond op 2 decimalen.
6. Indien een betrokkene als bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2 en e16, verlof als bedoeld in artikel I-C32, I-C33, I-C34 of I-C35 geniet, is het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid van toepassing, indien de functie van de betrokkene gedurende ten minste een gedeelte van het voorafgaande schooljaar voor rijksbekostiging in aanmerking werd gebracht.
- Citeren als
- Art. I-P78
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl