BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1998
Artikel I-P89
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Onze minister:
- wijst jaarlijks van de instellingen als bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2 en d16 die categorieën van instellingen aan, die bindingspremies om redenen van werving of behoud kunnen toekennen;
- bepaalt daarbij tevens tot welk totaalbedrag deze instellingen bindingspremies kunnen toekennen;
- wijst jaarlijks de categorie betrokkenen aan, aan wie de premie kan worden toegekend;
- stelt jaarlijks de hoogte van het bedrag vast dat maximaal aan de door het bevoegd gezag aangewezen betrokkene wordt uitgekeerd en bepaalt daarbij tevens de periode die maximaal met de betrokkene kan worden overeengekomen.
2. Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in het eerste lid kan aan een betrokkene die in dienst is of treedt en die behoort tot de categorie betrokkenen als bedoeld in het eerste lid, om redenen van werving of behoud een bindingspremie toekennen. De bindingspremie maakt geen deel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement.
3. Het bevoegd gezag verbindt aan de toekenning als bedoeld in het tweede lid de voorwaarde dat de betrokkene, als bedoeld in het tweede lid, gedurende een bepaalde, tevoren overeengekomen periode, aan de instelling verbonden zal blijven. Bij voortijdig vertrek dient de toegekende uitkering geheel of gedeeltelijk te worden terugbetaald. Het bevoegd gezag kan aan de toekenning nadere voorwaarden verbinden.
4. Indien de betrokkene bedoeld in het tweede lid voor het einde van de in het tweede lid bedoelde periode de dienst verlaat of indien hij niet voldoet aan de in het derde lid bedoelde nadere voorwaarden door een naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aan hemzelf te wijten oorzaak, ontheft het bevoegd gezag hem van de verplichtingen tot terugbetaling.
5. De voorwaarden bedoeld in het derde lid worden aan de betrokkene, bedoeld in het tweede lid evenals de grootte van de uitkering alsmede de maand en jaar van toekenning, voor zover deze niet reeds in de akte van benoeming zijn vermeld, zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld.
- wijst jaarlijks van de instellingen als bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2 en d16 die categorieën van instellingen aan, die bindingspremies om redenen van werving of behoud kunnen toekennen;
- bepaalt daarbij tevens tot welk totaalbedrag deze instellingen bindingspremies kunnen toekennen;
- wijst jaarlijks de categorie betrokkenen aan, aan wie de premie kan worden toegekend;
- stelt jaarlijks de hoogte van het bedrag vast dat maximaal aan de door het bevoegd gezag aangewezen betrokkene wordt uitgekeerd en bepaalt daarbij tevens de periode die maximaal met de betrokkene kan worden overeengekomen.
2. Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in het eerste lid kan aan een betrokkene die in dienst is of treedt en die behoort tot de categorie betrokkenen als bedoeld in het eerste lid, om redenen van werving of behoud een bindingspremie toekennen. De bindingspremie maakt geen deel uit van het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement.
3. Het bevoegd gezag verbindt aan de toekenning als bedoeld in het tweede lid de voorwaarde dat de betrokkene, als bedoeld in het tweede lid, gedurende een bepaalde, tevoren overeengekomen periode, aan de instelling verbonden zal blijven. Bij voortijdig vertrek dient de toegekende uitkering geheel of gedeeltelijk te worden terugbetaald. Het bevoegd gezag kan aan de toekenning nadere voorwaarden verbinden.
4. Indien de betrokkene bedoeld in het tweede lid voor het einde van de in het tweede lid bedoelde periode de dienst verlaat of indien hij niet voldoet aan de in het derde lid bedoelde nadere voorwaarden door een naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aan hemzelf te wijten oorzaak, ontheft het bevoegd gezag hem van de verplichtingen tot terugbetaling.
5. De voorwaarden bedoeld in het derde lid worden aan de betrokkene, bedoeld in het tweede lid evenals de grootte van de uitkering alsmede de maand en jaar van toekenning, voor zover deze niet reeds in de akte van benoeming zijn vermeld, zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld.
- Citeren als
- Art. I-P89
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl