BWBR0003771
Geldig vanaf 06-06-1992
Artikel IV-E3
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. In een overlegorgaan als bedoeld in artikel IV-E2, eerste lid, wordt het personeel vertegenwoordigd door vertegenwoordigers van de tot de Centrale Commissie toegelaten centrales.
2. Overlegorganen als bedoeld in artikel IV-E2, tweede en derde lid, bestaan uit vertegenwoordigers van de tot de Centrale Commissie toegelaten centrales en uit vertegenwoordigers, aangewezen door de desbetreffende bevoegde gezagsorganen.
3. De bevoegde gezagsoganen, als bedoeld in artikel IV-E2, tweede lid, kunnen bepalen dat zij zich in het overleg, als bedoeld in artikel IV-E2, tweede lid, doen vertegenwoordigen door vertegenwoordigers van een of meer tot de Commissie besturenorganisaties toegelaten centrales.
2. Overlegorganen als bedoeld in artikel IV-E2, tweede en derde lid, bestaan uit vertegenwoordigers van de tot de Centrale Commissie toegelaten centrales en uit vertegenwoordigers, aangewezen door de desbetreffende bevoegde gezagsorganen.
3. De bevoegde gezagsoganen, als bedoeld in artikel IV-E2, tweede lid, kunnen bepalen dat zij zich in het overleg, als bedoeld in artikel IV-E2, tweede lid, doen vertegenwoordigen door vertegenwoordigers van een of meer tot de Commissie besturenorganisaties toegelaten centrales.
- Citeren als
- Art. IV-E3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl