BWBR0003771
Geldig vanaf 06-06-1992
Artikel IV-E8
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Elk der personeelsvertegenwoordigers is bevoegd binnen vijf dagen nadat in de overlegvergadering, bedoeld in artikel IV-E7, tweede lid, is geconstateerd dat geen overeenstemming als bedoeld in artikel IV-E5 kan worden bereikt over een door of namens het bevoegd gezag aan het overleg voorgelegd beleidsvoornemen, het geschil voor te leggen aan de geschillencommissie waarbij de instelling is aangesloten. Indien alle personeelsvertegenwoordigers tijdens het overleg bedoeld in artikel IV-E5 hebben verklaard af te zien van hernieuwd overleg als aangegeven in artikel IV-E7, kan de in de eerste volzin aangegeven bevoegdheid door elk der personeelsvertegenwoordigers worden uitgeoefend binnen vijf dagen nadat in het in artikel IV-E5 bedoelde overleg is geconstateerd dat geen overeenstemming kan worden bereikt.
2. De commissie beoordeelt of het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid het aan het overlegorgaan voorgelegde beleidsvoornemen, als bedoeld in het eerste lid, tot uitvoering kan brengen.
3. De commissie doet uitspraak binnen 30 dagen nadat het geschil aan haar is voorgelegd.
2. De commissie beoordeelt of het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid het aan het overlegorgaan voorgelegde beleidsvoornemen, als bedoeld in het eerste lid, tot uitvoering kan brengen.
3. De commissie doet uitspraak binnen 30 dagen nadat het geschil aan haar is voorgelegd.
- Citeren als
- Art. IV-E8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl