BWBR0004304
Geldig vanaf 1999-11-30
Artikel 22
Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissies
1. Onverminderd het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0014315/artikel/25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 25 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte</a>, kan de voorzitter anders dan op eigen verzoek worden ontslagen op grond van:
a. opheffing van het ambt;
b. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.
2. Met betrekking tot het eerste lid, aanhef en onder b, is <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/98" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 98, derde tot en met elfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>van overeenkomstige toepassing.
3. Een ontslag op grond van het bepaalde in het eerste lid wordt steeds eervol verleend. Bij een ontslagverlening, bedoeld in het eerste lid, onder <em>a</em>, wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. Een ontslag, bedoeld onder <em>b</em>van het eerste lid, kan niet vroeger ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden voor ontslag voor het eerst aanwezig was.
a. opheffing van het ambt;
b. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte.
2. Met betrekking tot het eerste lid, aanhef en onder b, is <a href="/wet/BWBR0001950/artikel/98" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 98, derde tot en met elfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement</a>van overeenkomstige toepassing.
3. Een ontslag op grond van het bepaalde in het eerste lid wordt steeds eervol verleend. Bij een ontslagverlening, bedoeld in het eerste lid, onder <em>a</em>, wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. Een ontslag, bedoeld onder <em>b</em>van het eerste lid, kan niet vroeger ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden voor ontslag voor het eerst aanwezig was.