BWBR0004304
Geldig vanaf 1999-11-30
Artikel 25
Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissies
1. De voorzitter heeft voor rekening van het Rijk recht op wachtgeld:
a. bij niet-herbenoeming anders dan als gevolg van een daartoe strekkend eigen verzoek van de voorzitter;
b. bij ontslag wegens opheffing van het ambt.
2. Op het in het eerste lid bedoelde recht is het Rijkswachtgeldbesluit 1959( Stb.1986, 489) van overeenkomstige toepassing.
3. In andere gevallen van ontslag dan wel gevallen waarin de toepassing van het tweede lid tot een naar Ons oordeel voor belanghebbende onredelijke uitkomst leidt, kan bij koninklijk besluit aan de niet-herbenoemde of ontslagen voorzitter een uitkering worden toegekend, die naar Ons oordeel mede in verband met de duur van de ambtsvervulling en de laatstelijk genoten bezoldiging redelijk is te achten.
a. bij niet-herbenoeming anders dan als gevolg van een daartoe strekkend eigen verzoek van de voorzitter;
b. bij ontslag wegens opheffing van het ambt.
2. Op het in het eerste lid bedoelde recht is het Rijkswachtgeldbesluit 1959( Stb.1986, 489) van overeenkomstige toepassing.
3. In andere gevallen van ontslag dan wel gevallen waarin de toepassing van het tweede lid tot een naar Ons oordeel voor belanghebbende onredelijke uitkomst leidt, kan bij koninklijk besluit aan de niet-herbenoemde of ontslagen voorzitter een uitkering worden toegekend, die naar Ons oordeel mede in verband met de duur van de ambtsvervulling en de laatstelijk genoten bezoldiging redelijk is te achten.