BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 26
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. Er is een veterinair beroepscollege dat is gevestigd te 's-Gravenhage.
2. Het veterinair beroepscollege is, onverminderd het in artikel 27bepaalde, belast met de behandeling in beroep van zaken, de artikelen 14en 15betreffende.
3. Het veterinair beroepscollege bestaat uit de volgende leden:
a. drie rechtsgeleerden waarvan één voorzitter is;
b. twee dierenartsen en een door Onze Ministers te bepalen aantal para-veterinairen, dierverloskundigen en kastreurs.
4. De in het derde lid bedoelde dierenartsen, para-veterinairen, dierverloskundigen en kastreurs dienen werkzaam te zijn op het gebied van de uitoefening van de diergeneeskunde.
5. Het lidmaatschap van het veterinair beroepscollege is niet verenigbaar met het lidmaatschap van het veterinair tuchtcollege. Het bepaalde in de artikelen 20-23, eerste lid, 24en 25is van overeenkomstige toepassing.
2. Het veterinair beroepscollege is, onverminderd het in artikel 27bepaalde, belast met de behandeling in beroep van zaken, de artikelen 14en 15betreffende.
3. Het veterinair beroepscollege bestaat uit de volgende leden:
a. drie rechtsgeleerden waarvan één voorzitter is;
b. twee dierenartsen en een door Onze Ministers te bepalen aantal para-veterinairen, dierverloskundigen en kastreurs.
4. De in het derde lid bedoelde dierenartsen, para-veterinairen, dierverloskundigen en kastreurs dienen werkzaam te zijn op het gebied van de uitoefening van de diergeneeskunde.
5. Het lidmaatschap van het veterinair beroepscollege is niet verenigbaar met het lidmaatschap van het veterinair tuchtcollege. Het bepaalde in de artikelen 20-23, eerste lid, 24en 25is van overeenkomstige toepassing.