BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 38
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. Het veterinair beroepscollege houdt zitting in een samenstelling bestaande uit vijf leden, te weten de drie rechtsgeleerden waaronder de voorzitter, alsmede:
a. indien de klacht gericht is tegen een dierenarts: twee dierenartsen;
b. indien de klacht gericht is tegen een para-veterinair: een para-veterinair en een dierenarts;
c. indien de klacht gericht is tegen een dierverloskundige: een dierverloskundige en een dierenarts;
d. indien een klacht gericht is tegen een kastreur: een kastreur en een dierenarts.
2. Bij ontstentenis van benoemde dierverloskundigen of kastreurs, kunnen dierenartsen zitting nemen in plaats van een dierverloskundige onderscheidenlijk een kastreur.
a. indien de klacht gericht is tegen een dierenarts: twee dierenartsen;
b. indien de klacht gericht is tegen een para-veterinair: een para-veterinair en een dierenarts;
c. indien de klacht gericht is tegen een dierverloskundige: een dierverloskundige en een dierenarts;
d. indien een klacht gericht is tegen een kastreur: een kastreur en een dierenarts.
2. Bij ontstentenis van benoemde dierverloskundigen of kastreurs, kunnen dierenartsen zitting nemen in plaats van een dierverloskundige onderscheidenlijk een kastreur.