Uitleg Artikel 264 BW Boek 7 (huurovereenkomst woonruimte)
Dit artikel gaat over onredelijke voorwaarden in een huurovereenkomst voor een woning. Het beschermt huurders tegen oneerlijke afspraken die de verhuurder (of een derde) zou kunnen opleggen bij het sluiten van het contract.
Wat betekent dit in de praktijk?
Stel, je huurt een huis. De verhuurder wil dat je extra kosten betaalt die niet eerlijk zijn. Bijvoorbeeld:
- Een eenmalige "startvergoeding" van €1.000 voor het ondertekenen van het contract, terwijl de woning in goede staat is.
- Een verbod op huisdieren, terwijl de woning geschikt is voor een huisdier en de verhuurder geen goede reden heeft om dit te verbieden.
Als zo’n voorwaarde niet redelijk is, is die niet geldig. Je hoeft je er niet aan te houden.
Wanneer is een voorwaarde "niet redelijk"?
Een voorwaarde is niet redelijk als:
✅ Het voordeel voor de verhuurder (of derde) te groot is vergeleken met wat jij ervoor terugkrijgt.
✅ Het oneerlijk is ten opzichte van andere huurders in dezelfde situatie.
✅ Het niet nodig is voor een goede huurrelatie.
Voorbeeld:
Een verhuurder vraagt €500 borg voor een woning van €800 per maand. Dat is veel hoger dan normaal (meestal is de borg 1 à 2 maanden huur). Dit kan als niet redelijk worden gezien.
Wat kun je doen als je zo’n voorwaarde tegenkomt?
- Vraag om uitleg – Waarom wil de verhuurder deze voorwaarde?
- Check of het redelijk is – Vergelijk met andere huurcontracten.
- Weiger de voorwaarde – Als het niet redelijk is, hoef je er niet mee akkoord te gaan.
- Raadpleeg een huuradvocaat of huurcommissie – Bij twijfel kun je hulp vragen.
Belangrijk: Dit artikel geldt alleen voor woonruimte (geen bedrijfsruimte of vakantiewoning). Voor andere huurcontracten gelden andere regels.
Deze uitleg is vereenvoudigd en geen juridisch advies. Raadpleeg altijd de originele wettekst hierboven.