BWBR0005496
Geldig vanaf 1992-05-01
Artikel 20
Besluit goederenvervoer over de weg
1. Ter voldoening aan de eis van kredietwaardigheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de wet dient de ondernemer te beschikken over een bij ministeriële regeling vast te stellen kapitaal en reserves benodigd voor een correcte aanvang en een goed beheer van de onderneming.
2. Omtrent het voldoen aan de in het eerste lid genoemde eis van kredietwaardigheid stelt de NIWO een onderzoek in op de voet van het bepaalde in artikel 3, derde lid, onder b) van richtlijn nr. 96/26/EG.
3. De NIWO onderzoekt iedere vijf jaar of aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan. De NIWO kan beleidsregels vaststellen ten aanzien van het tijdstip van dat onderzoek.
4. De NIWO kan de ondernemer tijdens het onderzoek, bedoeld in het derde lid, een uitstel van ten hoogste een jaar verlenen ten behoeve van de vaststelling van het voldoen aan de eis van kredietwaardigheid indien de ondernemer heeft aangetoond dat het op grond van de algemene economische situatie van zijn onderneming waarschijnlijk is dat hij voor afloop van het verleende uitstel zal voldoen aan de eis van kredietwaardigheid.
5. Een onderneming tot het verrichten van beroepsvervoer, die gevestigd is in een andere Lid-Staat dan Nederland, dan wel in een van de overige staten, die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voldoet eveneens aan de eis van kredietwaardigheid, indien een verklaring overgelegd wordt die overeenkomstig artikel 9 van richtlijn nr. 96/26/EGin die andere staat is afgegeven en die niet ouder is dan drie maanden.
2. Omtrent het voldoen aan de in het eerste lid genoemde eis van kredietwaardigheid stelt de NIWO een onderzoek in op de voet van het bepaalde in artikel 3, derde lid, onder b) van richtlijn nr. 96/26/EG.
3. De NIWO onderzoekt iedere vijf jaar of aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan. De NIWO kan beleidsregels vaststellen ten aanzien van het tijdstip van dat onderzoek.
4. De NIWO kan de ondernemer tijdens het onderzoek, bedoeld in het derde lid, een uitstel van ten hoogste een jaar verlenen ten behoeve van de vaststelling van het voldoen aan de eis van kredietwaardigheid indien de ondernemer heeft aangetoond dat het op grond van de algemene economische situatie van zijn onderneming waarschijnlijk is dat hij voor afloop van het verleende uitstel zal voldoen aan de eis van kredietwaardigheid.
5. Een onderneming tot het verrichten van beroepsvervoer, die gevestigd is in een andere Lid-Staat dan Nederland, dan wel in een van de overige staten, die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voldoet eveneens aan de eis van kredietwaardigheid, indien een verklaring overgelegd wordt die overeenkomstig artikel 9 van richtlijn nr. 96/26/EGin die andere staat is afgegeven en die niet ouder is dan drie maanden.