BWBR0005496
Geldig vanaf 1992-05-01
Artikel 39
Besluit goederenvervoer over de weg
1. Alvorens de SIEV overgaat tot verlening van een inschrijving eigen vervoer, dient door de aanvrager te zijn aangetoond dat:
a. het vervoer een onderdeel vormt van het totaal van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming van degene voor wiens rekening en risico de goederen worden vervoerd; en
b. het vervoer in het geheel van de bedrijfsactiviteiten geen hoofdactiviteit, maar een werkzaamheid van ondersteunende aard vormt.
2. In het geval dat de vervoers- en overige bedrijfsactiviteiten zijn ondergebracht in verschillende juridisch gescheiden ondernemingen, dient de aanvrager bovendien aan te tonen dat de betrokken ondernemingen in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig verweven zijn dat zij als onderdelen van dezelfde organisatie beschouwd kunnen worden.
3. Van verwevenheid in financieel opzicht is sprake indien ten minste de meerderheid van de aandelen in elk van de ondernemingen - daaronder begrepen de zeggenschap - middellijk of onmiddellijk in dezelfde hand is, dan wel indien meer dan de helft van het vermogen van elk der ondernemingen in dezelfde hand is.
4. Van verwevenheid in organisatorisch opzicht is sprake indien de ondernemingen onder een gezamenlijke, althans als een eenheid functionerende, leiding staan, dan wel de leiding van de ene onderneming ten opzichte van die van de andere onderneming in een positie van feitelijke ondergeschiktheid verkeert.
5. Van verwevenheid in economisch opzicht is sprake indien de activiteiten van de ondernemingen in hoofdzaak strekken tot verwezenlijking van eenzelfde ondernemingsdoelstelling, dan wel de activiteiten van de ene onderneming in hoofdzaak ten behoeve van de andere onderneming worden uitgeoefend.
a. het vervoer een onderdeel vormt van het totaal van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming van degene voor wiens rekening en risico de goederen worden vervoerd; en
b. het vervoer in het geheel van de bedrijfsactiviteiten geen hoofdactiviteit, maar een werkzaamheid van ondersteunende aard vormt.
2. In het geval dat de vervoers- en overige bedrijfsactiviteiten zijn ondergebracht in verschillende juridisch gescheiden ondernemingen, dient de aanvrager bovendien aan te tonen dat de betrokken ondernemingen in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig verweven zijn dat zij als onderdelen van dezelfde organisatie beschouwd kunnen worden.
3. Van verwevenheid in financieel opzicht is sprake indien ten minste de meerderheid van de aandelen in elk van de ondernemingen - daaronder begrepen de zeggenschap - middellijk of onmiddellijk in dezelfde hand is, dan wel indien meer dan de helft van het vermogen van elk der ondernemingen in dezelfde hand is.
4. Van verwevenheid in organisatorisch opzicht is sprake indien de ondernemingen onder een gezamenlijke, althans als een eenheid functionerende, leiding staan, dan wel de leiding van de ene onderneming ten opzichte van die van de andere onderneming in een positie van feitelijke ondergeschiktheid verkeert.
5. Van verwevenheid in economisch opzicht is sprake indien de activiteiten van de ondernemingen in hoofdzaak strekken tot verwezenlijking van eenzelfde ondernemingsdoelstelling, dan wel de activiteiten van de ene onderneming in hoofdzaak ten behoeve van de andere onderneming worden uitgeoefend.