BWBR0005662
Geldig vanaf 2010-03-25
Artikel 122
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
1. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 36, eerste lid, 37, 40, 43, 61, eerste lid, en 73, tweede lid, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.
2. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 33en 35, voorzover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waarop voorschriften gesteld op grond van artikel 45van toepassing zijn, 36, derde lid, 41, eerste en tweede lid, 59b, derde lid, 61, tweede en derde lid, 62, 63en 64worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.
3. Indien een strafbaar feit als omschreven in artikel 62, tweede lid, of artikel 63, eerste lid, wordt gepleegd in verband met een paardenren of harddraverij met betrekking tot welke een totalisator als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Wet op de kansspelen( Stb.1964, 483) is georganiseerd, worden de ingevolge het tweede lid geldende strafmaxima met een derde verhoogd.
4. Indien een der misdrijven omschreven in artikel 36, eerste lid, en 37in de uitoefening van beroep of bedrijf zijn gepleegd, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie.
2. Gedragingen in strijd met de voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 33en 35, voorzover deze gedragingen plaatsvinden anders dan in de uitoefening van een bedrijf waarop voorschriften gesteld op grond van artikel 45van toepassing zijn, 36, derde lid, 41, eerste en tweede lid, 59b, derde lid, 61, tweede en derde lid, 62, 63en 64worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.
3. Indien een strafbaar feit als omschreven in artikel 62, tweede lid, of artikel 63, eerste lid, wordt gepleegd in verband met een paardenren of harddraverij met betrekking tot welke een totalisator als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de Wet op de kansspelen( Stb.1964, 483) is georganiseerd, worden de ingevolge het tweede lid geldende strafmaxima met een derde verhoogd.
4. Indien een der misdrijven omschreven in artikel 36, eerste lid, en 37in de uitoefening van beroep of bedrijf zijn gepleegd, kan een geldboete worden opgelegd van de naast hogere categorie.