BWBR0005662
Geldig vanaf 2010-03-25
Artikel 81c
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
1. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van EU-verordeningen of EU-besluiten.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter implementatie van EU-richtlijnen.
3. De regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen betrekking hebben op:
a. de aanwijzing van een bevoegde instantie;
b. de aanwijzing of erkenning van een laboratorium;
c. het doen van onderzoek naar, het bewaren van gegevens over, het verzamelen en ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten met betrekking tot de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid.
4. De regels, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
5. Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter implementatie van EU-richtlijnen.
3. De regels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen betrekking hebben op:
a. de aanwijzing van een bevoegde instantie;
b. de aanwijzing of erkenning van een laboratorium;
c. het doen van onderzoek naar, het bewaren van gegevens over, het verzamelen en ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten met betrekking tot de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid.
4. De regels, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
5. Een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.