BWBR0005662
Geldig vanaf 2010-03-25
Artikel 31a
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
1. Onze Minister kan mandaat verlenen:
a. tot het stellen van het in artikel 30, eerste lid, bedoelde vervoersverbod en de in dat artikellid bedoelde regels, voorzover het toepassingsbereik van het vervoersverbod is beperkt tot een gebied met een straal van 10 kilometer of minder rondom een gebouw of terrein, dat door het plaatsen van een kenteken als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d, besmet of van besmetting verdacht is verklaard;
b. tot het stellen van de regels, bedoeld in artikel 17 en 18, indien in het belang van bestrijding van besmettelijke dierziekten een onverwijlde voorziening noodzakelijk is.
2. Het in het eerste lid bedoelde mandaat kan tevens de bevoegdheid betreffen tot inwerkingtreding en bekendmaking van het vervoersverbod en de regels overeenkomstig artikel 31.
a. tot het stellen van het in artikel 30, eerste lid, bedoelde vervoersverbod en de in dat artikellid bedoelde regels, voorzover het toepassingsbereik van het vervoersverbod is beperkt tot een gebied met een straal van 10 kilometer of minder rondom een gebouw of terrein, dat door het plaatsen van een kenteken als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel d, besmet of van besmetting verdacht is verklaard;
b. tot het stellen van de regels, bedoeld in artikel 17 en 18, indien in het belang van bestrijding van besmettelijke dierziekten een onverwijlde voorziening noodzakelijk is.
2. Het in het eerste lid bedoelde mandaat kan tevens de bevoegdheid betreffen tot inwerkingtreding en bekendmaking van het vervoersverbod en de regels overeenkomstig artikel 31.