BWBR0006425
Geldig vanaf 1994-04-05
Artikel 27a
Besluit locatiegebonden subsidies
1. Onze Minister stelt de hoogte van het in te trekken of op het budget in mindering te brengen bedrag vast, waarbij hij ten aanzien van de budgetbeherende provincies het tweede tot en met vierde lid in acht neemt.
2. Het ingevolge het eerste lid vast te stellen bedrag wordt berekend:
a. indien niet is voldaan aan het onderdeel van het ontwikkelingscontract, bedoeld in artikel 6a, onderdeel e en 1°. dit uitsluitend is terug te voeren op het in onvoldoende mate buiten de bebouwde kom aan de woningvoorraad toevoegen van woningen: volgens de formule (q . r) en het vierde lid;
2°. dit uitsluitend is terug te voeren op het in onvoldoende mate binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toevoegen van woningen: volgens de formule (p . € 1 361,34) - (q . r) en het vierde lid, en
3°. dit op de beide situaties, bedoeld onder 1° en 2°, is terug te voeren: volgens de formule (p . € 1 361,34) + (q . r) en het vierde lid, of
1°. dit uitsluitend is terug te voeren op het in onvoldoende mate buiten de bebouwde kom aan de woningvoorraad toevoegen van woningen: volgens de formule (q . r) en het vierde lid;
2°. dit uitsluitend is terug te voeren op het in onvoldoende mate binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toevoegen van woningen: volgens de formule (p . € 1 361,34) - (q . r) en het vierde lid, en
3°. dit op de beide situaties, bedoeld onder 1° en 2°, is terug te voeren: volgens de formule (p . € 1 361,34) + (q . r) en het vierde lid, of
b. indien artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van toepassing is: volgens de formule \(s . € 1 361,34) . (p/pg)\ - (t . r) en het vierde lid.
3. In de formules, genoemd in het tweede lid en dit lid, stelt voor:
p: het verschil tussen het aantal volgens het ontwikkelingscontract binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen in de betrokken provincie en het aantal feitelijk op grond van dat ontwikkelingscontract binnen de bebouwde kom daaraan toegevoegde woningen in die provincie;
q: het verschil tussen het aantal volgens het ontwikkelingscontract buiten de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen in de betrokken provincie en het aantal feitelijk op grond van dat ontwikkelingscontract buiten de bebouwde kom daaraan toegevoegde woningen in die provincie, welk verschil voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, niet hoger wordt gesteld dan het verschil tussen het aantal, bedoeld in artikel 6a, onderdeel e, en het aantal feitelijk op grond van dat ontwikkelingscontract aan de woningvoorraad toegevoegde woningen in die provincie;
r: het aan de budgetbeherende provincies gezamenlijk toegekende budget, berekend overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit besluit, zoals dit luidde op 31 december 1999, verminderd met het bedrag dat wordt verkregen door het aantal door die provincies gezamenlijk in het kader van de ontwikkeling van bouwlocaties binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen te vermenigvuldigen met € 1 361,34, en vervolgens gedeeld door het aantal volgens de ontwikkelingscontracten gezamenlijk buiten de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen in de budgetbeherende provincies gezamenlijk;
s: het verschil tussen het aantal door de budgetbeherende provincies gezamenlijk in het kader van de ontwikkeling van bouwlocaties binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen, en het aantal feitelijk op grond van het ontwikkelingscontract binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toegevoegde aantal woningen in de budgetbeherende provincies gezamenlijk;
pg: het verschil tussen het aantal volgens de betrokken ontwikkelingscontracten gezamenlijk binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen in de betrokken provincies gezamenlijk en het aantal feitelijk binnen de bebouwde kom daaraan toegevoegde woningen in die provincies, en
t: de uitkomst van de berekening van de factor q, dan wel, indien die lager is, de uitkomst van de formule (s . p/pg).
4. Een volgens het tweede en derde lid berekend bedrag wordt verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee, door de toepassingen van de artikelen 18en 25tot het tijdstip van de intrekking of wijziging, bedoeld in artikel 27, eerste lid, de betrokken jaarbedragen hoger of lager zijn komen te liggen dan de oorspronkelijk in het ontwikkelingscontract opgenomen jaarbedragen.
2. Het ingevolge het eerste lid vast te stellen bedrag wordt berekend:
a. indien niet is voldaan aan het onderdeel van het ontwikkelingscontract, bedoeld in artikel 6a, onderdeel e en 1°. dit uitsluitend is terug te voeren op het in onvoldoende mate buiten de bebouwde kom aan de woningvoorraad toevoegen van woningen: volgens de formule (q . r) en het vierde lid;
2°. dit uitsluitend is terug te voeren op het in onvoldoende mate binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toevoegen van woningen: volgens de formule (p . € 1 361,34) - (q . r) en het vierde lid, en
3°. dit op de beide situaties, bedoeld onder 1° en 2°, is terug te voeren: volgens de formule (p . € 1 361,34) + (q . r) en het vierde lid, of
1°. dit uitsluitend is terug te voeren op het in onvoldoende mate buiten de bebouwde kom aan de woningvoorraad toevoegen van woningen: volgens de formule (q . r) en het vierde lid;
2°. dit uitsluitend is terug te voeren op het in onvoldoende mate binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toevoegen van woningen: volgens de formule (p . € 1 361,34) - (q . r) en het vierde lid, en
3°. dit op de beide situaties, bedoeld onder 1° en 2°, is terug te voeren: volgens de formule (p . € 1 361,34) + (q . r) en het vierde lid, of
b. indien artikel 27, eerste lid, onderdeel d, van toepassing is: volgens de formule \(s . € 1 361,34) . (p/pg)\ - (t . r) en het vierde lid.
3. In de formules, genoemd in het tweede lid en dit lid, stelt voor:
p: het verschil tussen het aantal volgens het ontwikkelingscontract binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen in de betrokken provincie en het aantal feitelijk op grond van dat ontwikkelingscontract binnen de bebouwde kom daaraan toegevoegde woningen in die provincie;
q: het verschil tussen het aantal volgens het ontwikkelingscontract buiten de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen in de betrokken provincie en het aantal feitelijk op grond van dat ontwikkelingscontract buiten de bebouwde kom daaraan toegevoegde woningen in die provincie, welk verschil voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, niet hoger wordt gesteld dan het verschil tussen het aantal, bedoeld in artikel 6a, onderdeel e, en het aantal feitelijk op grond van dat ontwikkelingscontract aan de woningvoorraad toegevoegde woningen in die provincie;
r: het aan de budgetbeherende provincies gezamenlijk toegekende budget, berekend overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit besluit, zoals dit luidde op 31 december 1999, verminderd met het bedrag dat wordt verkregen door het aantal door die provincies gezamenlijk in het kader van de ontwikkeling van bouwlocaties binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen te vermenigvuldigen met € 1 361,34, en vervolgens gedeeld door het aantal volgens de ontwikkelingscontracten gezamenlijk buiten de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen in de budgetbeherende provincies gezamenlijk;
s: het verschil tussen het aantal door de budgetbeherende provincies gezamenlijk in het kader van de ontwikkeling van bouwlocaties binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen, en het aantal feitelijk op grond van het ontwikkelingscontract binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toegevoegde aantal woningen in de budgetbeherende provincies gezamenlijk;
pg: het verschil tussen het aantal volgens de betrokken ontwikkelingscontracten gezamenlijk binnen de bebouwde kom aan de woningvoorraad toe te voegen woningen in de betrokken provincies gezamenlijk en het aantal feitelijk binnen de bebouwde kom daaraan toegevoegde woningen in die provincies, en
t: de uitkomst van de berekening van de factor q, dan wel, indien die lager is, de uitkomst van de formule (s . p/pg).
4. Een volgens het tweede en derde lid berekend bedrag wordt verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee, door de toepassingen van de artikelen 18en 25tot het tijdstip van de intrekking of wijziging, bedoeld in artikel 27, eerste lid, de betrokken jaarbedragen hoger of lager zijn komen te liggen dan de oorspronkelijk in het ontwikkelingscontract opgenomen jaarbedragen.