BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 137
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. Indien een verzekeraar met zetel in Nederland niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 66gestelde eisen met betrekking tot de technische voorzieningen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de vrije beschikking door de verzekeraar over zijn waarden, waar zij zich ook bevinden, beperken of hem verbieden om anders dan met schriftelijke machtiging van de Pensioen- & Verzekeringskamer te beschikken over deze waarden.
2. Alvorens een beperking of een verbod uit te vaardigen, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer de toezichthoudende autoriteiten in de andere lid-staten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij vanuit zijn vestigingen in de Unie diensten verricht, op de hoogte van haar voornemen.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de autoriteiten, bedoeld in het tweede lid, verzoeken overeenkomstige maatregelen te treffen ten aanzien van de in de betrokken lid-staten aanwezige waarden, onder opgave van die waarden.
4. De beperking of het verbod wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt.
5. De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
6. De Pensioen- & Verzekeringskamer heft de beperking of het verbod op zodra de verzekeraar weer voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen.
7. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in het tweede lid, in kennis van de uitvaardiging van de beperking of het verbod en de opheffing daarvan.
2. Alvorens een beperking of een verbod uit te vaardigen, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer de toezichthoudende autoriteiten in de andere lid-staten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij vanuit zijn vestigingen in de Unie diensten verricht, op de hoogte van haar voornemen.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de autoriteiten, bedoeld in het tweede lid, verzoeken overeenkomstige maatregelen te treffen ten aanzien van de in de betrokken lid-staten aanwezige waarden, onder opgave van die waarden.
4. De beperking of het verbod wordt door de Pensioen- & Verzekeringskamer door middel van een deurwaardersexploot aan de verzekeraar bekendgemaakt.
5. De verzekeraar kan de ongeldigheid van een rechtshandeling, verricht in strijd met de beperking of het verbod, inroepen indien de wederpartij de maatregel kende of daarvan niet onkundig kon zijn.
6. De Pensioen- & Verzekeringskamer heft de beperking of het verbod op zodra de verzekeraar weer voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen.
7. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt de toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in het tweede lid, in kennis van de uitvaardiging van de beperking of het verbod en de opheffing daarvan.