BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 147c
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, gehoord de vertrouwenscommissie, het opvanginstrument in werking stellen indien:
a. artikel 138, tweede lid, of 144, tweede lid, van toepassing is en met betrekking tot het opgestelde financieringsplan van de verzekeraar de toestemming is geweigerd; en
b. de portefeuille van de verzekeraar naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer nog levensvatbaar is.
2. Met het weigeren van toestemming voor het financieringsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijk gesteld het intrekken van een verleende toestemming voor een financieringsplan, het niet binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer bepaalde termijn indienen van een financieringsplan, of het niet binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer bepaalde termijn aanbrengen van door haar aangegeven wijzigingen in een plan waarvoor toestemming is verleend.
3. De opvang geschiedt aan de hand van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer, gehoord de vertrouwenscommissie, op te stellen opvangplan.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt de inwerkingstelling van het opvanginstrument en het daarbij behorende opvangplan bekend aan de verzekeraar en de opvanginstelling.
5. De verzekeraar en de opvanginstelling handelen overeenkomstig het opvangplan.
6. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, gehoord de vertrouwenscommissie, het opvangplan wijzigen.
a. artikel 138, tweede lid, of 144, tweede lid, van toepassing is en met betrekking tot het opgestelde financieringsplan van de verzekeraar de toestemming is geweigerd; en
b. de portefeuille van de verzekeraar naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer nog levensvatbaar is.
2. Met het weigeren van toestemming voor het financieringsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijk gesteld het intrekken van een verleende toestemming voor een financieringsplan, het niet binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer bepaalde termijn indienen van een financieringsplan, of het niet binnen de door de Pensioen- & Verzekeringskamer bepaalde termijn aanbrengen van door haar aangegeven wijzigingen in een plan waarvoor toestemming is verleend.
3. De opvang geschiedt aan de hand van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer, gehoord de vertrouwenscommissie, op te stellen opvangplan.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt de inwerkingstelling van het opvanginstrument en het daarbij behorende opvangplan bekend aan de verzekeraar en de opvanginstelling.
5. De verzekeraar en de opvanginstelling handelen overeenkomstig het opvangplan.
6. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan, gehoord de vertrouwenscommissie, het opvangplan wijzigen.