BWBR0006509
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 150
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
1. De werking van het besluit tot intrekking van een vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien de verzekeraar de voorzitter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen, op dat verzoek is beslist.
2. Indien een besluit tot intrekking van een vergunning ertoe leidt dat een zorgverzekeraar in de zin van de Zorgverzekeringswetgeen zorgverzekeringen als bedoeld in die wet meer mag aanbieden of uitvoeren, wordt de werking van dat besluit, zonodig in afwijking van het eerste lid, opgeschort met een termijn van drie maanden nadat dit formele rechtskracht heeft gekregen.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid in de Staatscourantmededeling, zodra de intrekking van kracht is geworden. Zij kan, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen acht, het besluit eveneens op andere door haar te bepalen wijze publiceren. Van de intrekking van een vergunning van een opvanginstelling wordt geen mededeling gedaan indien geen verplichte portefeuille-overdracht als bedoeld in artikel 147d, derde lid, heeft plaatsgevonden.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt de intrekking van een vergunning, verleend:
a. aan een verzekeraar met zetel in Nederland ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht;
b. aan een verzekeraar met zetel buiten de Unie ten aanzien van wie zij is belast met het toezicht, bedoeld in artikel 49, tweede lid, ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij vanuit Nederland diensten verricht.
2. Indien een besluit tot intrekking van een vergunning ertoe leidt dat een zorgverzekeraar in de zin van de Zorgverzekeringswetgeen zorgverzekeringen als bedoeld in die wet meer mag aanbieden of uitvoeren, wordt de werking van dat besluit, zonodig in afwijking van het eerste lid, opgeschort met een termijn van drie maanden nadat dit formele rechtskracht heeft gekregen.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid in de Staatscourantmededeling, zodra de intrekking van kracht is geworden. Zij kan, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen acht, het besluit eveneens op andere door haar te bepalen wijze publiceren. Van de intrekking van een vergunning van een opvanginstelling wordt geen mededeling gedaan indien geen verplichte portefeuille-overdracht als bedoeld in artikel 147d, derde lid, heeft plaatsgevonden.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt de intrekking van een vergunning, verleend:
a. aan een verzekeraar met zetel in Nederland ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij diensten verricht;
b. aan een verzekeraar met zetel buiten de Unie ten aanzien van wie zij is belast met het toezicht, bedoeld in artikel 49, tweede lid, ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten waar de verzekeraar een bijkantoor heeft of waarheen hij vanuit Nederland diensten verricht.