BWBR0006620
Geldig vanaf 1994-07-01
Artikel 16
Kaderwet bestuur in verandering
1. Een regeling voorziet erin dat het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam een regionaal verkeers- en vervoerplan vaststelt, dat met het oog op de bevordering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid richting geeft aan de door het bestuur van het regionaal openbaar lichaam te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer en op grond waarvan het bestuur van het regionaal openbaar lichaam aan de in het samenwerkingsgebied gelegen gemeenten aanwijzingen kan geven met betrekking tot het door die gemeenten terzake te voeren beleid.
2. Een regionaal verkeers- en vervoerplan is een geïntegreerd plan, waarin in ieder geval zijn opgenomen het fietsbeleid, het parkeerbeleid, het verkeersveiligheidbeleid, het openbaar-vervoerbeleid, het wegenbeleid, het lokatiebeleid, het carpoolbeleid en het beleid inzake het goederenvervoer.
3. Op de voorbereiding van een regionaal verkeers- en vervoerplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
4. Bij het opstellen van het plan houdt het algemeen bestuur rekening met het bestaande rijks- en provinciaal beleid ten aanzien van de in het tweede lid genoemde beleidsterreinen en vindt afstemming plaats met het regionaal structuurplan, met oog op de samenhang tussen enerzijds wonen, werken en recreëren en anderzijds het geïntegreerd verkeers- en vervoerbeleid.
5. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan aan een regionaal openbaar lichaam een financiële bijdrage verlenen voor de kosten van uitvoering van het regionaal verkeers- en vervoerplan, behoudens in de gevallen waarin een uitkering wordt verstrekt ter uitvoering van de Wet BDU verkeer en vervoer. Bij algemene maatregel van bestuur, op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, kunnen regels worden gesteld over het verlenen van deze bijdrage.
6. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleent slechts een bijdrage als bedoeld in het vijfde lid, indien het regionaal verkeers- en vervoerplan past binnen het rijksbeleid ten aanzien van de in het tweede lid genoemde beleidsterreinen.
7. Bij algemene maatregel van bestuur, op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, worden regels gesteld over de compensatie van kosten verbonden aan het voorbereiden en opstellen van een regionaal verkeers- en vervoerplan. Deze regels bevatten in elk geval bepalingen over:
a. de gegevens die bij een aanvraag moeten worden verstrekt;
b. de voorwaarden, waaraan moet worden voldaan om voor een bijdrage in aanmerking te kunnen komen;
c. de voor vergoeding in aanmerking komende kosten;
d. de controle op de besteding van de bijdrage.
2. Een regionaal verkeers- en vervoerplan is een geïntegreerd plan, waarin in ieder geval zijn opgenomen het fietsbeleid, het parkeerbeleid, het verkeersveiligheidbeleid, het openbaar-vervoerbeleid, het wegenbeleid, het lokatiebeleid, het carpoolbeleid en het beleid inzake het goederenvervoer.
3. Op de voorbereiding van een regionaal verkeers- en vervoerplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing.
4. Bij het opstellen van het plan houdt het algemeen bestuur rekening met het bestaande rijks- en provinciaal beleid ten aanzien van de in het tweede lid genoemde beleidsterreinen en vindt afstemming plaats met het regionaal structuurplan, met oog op de samenhang tussen enerzijds wonen, werken en recreëren en anderzijds het geïntegreerd verkeers- en vervoerbeleid.
5. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan aan een regionaal openbaar lichaam een financiële bijdrage verlenen voor de kosten van uitvoering van het regionaal verkeers- en vervoerplan, behoudens in de gevallen waarin een uitkering wordt verstrekt ter uitvoering van de Wet BDU verkeer en vervoer. Bij algemene maatregel van bestuur, op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, kunnen regels worden gesteld over het verlenen van deze bijdrage.
6. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat verleent slechts een bijdrage als bedoeld in het vijfde lid, indien het regionaal verkeers- en vervoerplan past binnen het rijksbeleid ten aanzien van de in het tweede lid genoemde beleidsterreinen.
7. Bij algemene maatregel van bestuur, op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, worden regels gesteld over de compensatie van kosten verbonden aan het voorbereiden en opstellen van een regionaal verkeers- en vervoerplan. Deze regels bevatten in elk geval bepalingen over:
a. de gegevens die bij een aanvraag moeten worden verstrekt;
b. de voorwaarden, waaraan moet worden voldaan om voor een bijdrage in aanmerking te kunnen komen;
c. de voor vergoeding in aanmerking komende kosten;
d. de controle op de besteding van de bijdrage.