BWBR0006620
Geldig vanaf 1994-07-01
Artikel 56
Kaderwet bestuur in verandering
1. Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsbladbrengt Onze Minister de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, titels, hoofdstukken en paragrafen van de Gemeentewetin overeenstemming met de op dat moment geldende nummering van de Gemeentewet.
2. Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsbladbrengt Onze Minister de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, titels, hoofdstukken en paragrafen van de Provinciewetin overeenstemming met de op dat moment geldende nummering van de Provinciewet.
3. Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsbladbrengt Onze Minister de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen en afdelingen van de Algemene wet bestuursrechtin overeenstemming met de door Onze Minister van Justitie opnieuw vastgestelde nummering daarvan.
4. Indien het bij koninklijke boodschap van 18 mei 1990 ingediende voorstel van wet, houdende uitbreiding van de Wet bodembeschermingmet een regeling inzake de sanering van de bodem, tot de wet wordt verheven en in werking treedt op een eerder tijdstip dan deze wet, brengt Onze Minister de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen van de Wet bodembeschermingin overeenstemming met de door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer opnieuw vastgestelde nummering daarvan.
5. Indien het bij koninklijke boodschap van 18 mei 1990 ingediende voorstel van wet, houdende uitbreiding van de Wet bodembeschermingmet een regeling inzake de sanering van de bodem, tot wet wordt verheven en in werking treedt op hetzelfde of een later tijdstip dan deze wet, wordt de tekst van het krachtens artikel 51gewijzigde onderdeel van de Wet bodembeschermingdoor Onze Minister van Justitie in het Staatsbladgeplaatst, nadat de in dat artikel voorkomende aanhalingen van artikelen van de Wet bodembeschermingdoor Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de door hem opnieuw vastgestelde nummering daarvan zijn gebracht.
6. Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsbladstelt Onze Minister de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken daarmee in overeenstemming.
2. Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsbladbrengt Onze Minister de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, titels, hoofdstukken en paragrafen van de Provinciewetin overeenstemming met de op dat moment geldende nummering van de Provinciewet.
3. Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsbladbrengt Onze Minister de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen en afdelingen van de Algemene wet bestuursrechtin overeenstemming met de door Onze Minister van Justitie opnieuw vastgestelde nummering daarvan.
4. Indien het bij koninklijke boodschap van 18 mei 1990 ingediende voorstel van wet, houdende uitbreiding van de Wet bodembeschermingmet een regeling inzake de sanering van de bodem, tot de wet wordt verheven en in werking treedt op een eerder tijdstip dan deze wet, brengt Onze Minister de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen van de Wet bodembeschermingin overeenstemming met de door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer opnieuw vastgestelde nummering daarvan.
5. Indien het bij koninklijke boodschap van 18 mei 1990 ingediende voorstel van wet, houdende uitbreiding van de Wet bodembeschermingmet een regeling inzake de sanering van de bodem, tot wet wordt verheven en in werking treedt op hetzelfde of een later tijdstip dan deze wet, wordt de tekst van het krachtens artikel 51gewijzigde onderdeel van de Wet bodembeschermingdoor Onze Minister van Justitie in het Staatsbladgeplaatst, nadat de in dat artikel voorkomende aanhalingen van artikelen van de Wet bodembeschermingdoor Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de door hem opnieuw vastgestelde nummering daarvan zijn gebracht.
6. Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsbladstelt Onze Minister de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken daarmee in overeenstemming.