BWBR0006620
Geldig vanaf 1994-07-01
Artikel 25
Kaderwet bestuur in verandering
1. Indien Onze Minister, gelet op de door een regionaal openbaar lichaam uit te oefenen bevoegdheden, bedenkingen heeft tegen een door gedeputeerde staten ingevolge artikel 24opgelegde regeling, geeft hij, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, binnen acht weken na de datum waarop gedeputeerde staten de regeling hebben opgelegd, een aanwijzing aan gedeputeerde staten die inhoudt dat gedeputeerde staten een nieuwe regeling moeten opleggen overeenkomstig het in de aanwijzing bepaalde.
2. De aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat Onze Minister het bestuur van de betrokken provincie of provincies heeft gehoord.
3. Bij de aanwijzing stelt Onze Minister een termijn binnen welke gedeputeerde staten een nieuwe regeling moeten opleggen.
2. De aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat Onze Minister het bestuur van de betrokken provincie of provincies heeft gehoord.
3. Bij de aanwijzing stelt Onze Minister een termijn binnen welke gedeputeerde staten een nieuwe regeling moeten opleggen.