BWBR0006723
Geldig vanaf 1994-10-01
Artikel 104
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
1. Het college van burgemeester en wethouders doet op schriftelijk verzoek van de betrokkene, indien op grond van het verzoek, bedoeld in de artikelen 81en 82, een besluit als bedoeld in artikel 83, dan wel de uitspraak van de rechter, bedoeld in artikel 86, ten aanzien van hem gegevens zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd, van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering mededeling aan afnemers en derden aan wie in het jaar voorafgaand aan het verzoek en in de sedert dat verzoek verstreken tijd, de desbetreffende gegevens zijn verstrekt, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het college van burgemeester en wethouders ambtshalve gegevens met betrekking tot het aan de ingeschrevene toegekende burgerservicenummer heeft verbeterd, aangevuld of verwijderd.
3. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene aan het college van burgemeester en wethouders richten tot uiterlijk acht weken nadat hij van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering, kennis heeft kunnen nemen.
4. Het college van burgemeester en wethouders doet aan de verzoeker desgevraagd opgave van degenen aan wie de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan. Artikel 103, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. Artikel 79, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het college van burgemeester en wethouders ambtshalve gegevens met betrekking tot het aan de ingeschrevene toegekende burgerservicenummer heeft verbeterd, aangevuld of verwijderd.
3. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene aan het college van burgemeester en wethouders richten tot uiterlijk acht weken nadat hij van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering, kennis heeft kunnen nemen.
4. Het college van burgemeester en wethouders doet aan de verzoeker desgevraagd opgave van degenen aan wie de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan. Artikel 103, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5. Artikel 79, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.