BWBR0006723
Geldig vanaf 1994-10-01
Artikel 32
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
1. Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan een persoon aanwijzen die in verband met zijn bijzondere verblijfsrechtelijke status niet in aanmerking komt voor inschrijving.
2. Een persoon kan worden aangewezen indien hij geen Nederlander is en behoort tot een van de volgende categorieën van personen:
a. de leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten;
b. de leden van het administratieve en technische personeel van diplomatieke zendingen en van consulaire posten;
c. de inwonende gezinsleden van de onder a en b bedoelde personen;
d. andere personen die krachtens internationaal recht een bijzondere verblijfsrechtelijke status hebben.
3. Een persoon ten aanzien van wie een aanwijzing van kracht is, wordt niet ingeschreven.
4. Een persoon ten aanzien van wie een aanwijzing van kracht wordt, terwijl hij reeds is ingeschreven, wordt aangemerkt als een ingeschrevene die wegens zijn vertrek uit Nederland niet als ingezetene is ingeschreven.
5. Een aanwijzing wordt niet van kracht voordat het college van burgemeester en wethouders daarvan de in artikel 61bedoelde mededeling heeft ontvangen.
2. Een persoon kan worden aangewezen indien hij geen Nederlander is en behoort tot een van de volgende categorieën van personen:
a. de leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten;
b. de leden van het administratieve en technische personeel van diplomatieke zendingen en van consulaire posten;
c. de inwonende gezinsleden van de onder a en b bedoelde personen;
d. andere personen die krachtens internationaal recht een bijzondere verblijfsrechtelijke status hebben.
3. Een persoon ten aanzien van wie een aanwijzing van kracht is, wordt niet ingeschreven.
4. Een persoon ten aanzien van wie een aanwijzing van kracht wordt, terwijl hij reeds is ingeschreven, wordt aangemerkt als een ingeschrevene die wegens zijn vertrek uit Nederland niet als ingezetene is ingeschreven.
5. Een aanwijzing wordt niet van kracht voordat het college van burgemeester en wethouders daarvan de in artikel 61bedoelde mededeling heeft ontvangen.