BWBR0006781
Geldig vanaf 1994-08-31
Artikel 1
Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voorzover niet anders bepaald, verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. richtlijn 89/48: richtlijn nr. 89/48/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988, betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma’s waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PbEG 1989, L 019) naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;
c. richtlijn 92/51: richtlijn nr. 92/51/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992, betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van richtlijn nr. 89/48/EEG (PbEG 1992, L 209) naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;
d. gereglementeerd beroep: een geheel van activiteiten, al dan niet in loondienst verricht, waarvoor 1°. bij of krachtens wet voor de toelating of voor het voeren van een beroepstitel, dan wel
2°. indien het beroepen in de gezondheidszorg betreft, krachtens het nationale stelsel van sociale zekerheid voor het voor bezoldiging of vergoeding in aanmerking brengen, als vereiste is gesteld het bezit van een nationaal getuigschrift;
1°. bij of krachtens wet voor de toelating of voor het voeren van een beroepstitel, dan wel
2°. indien het beroepen in de gezondheidszorg betreft, krachtens het nationale stelsel van sociale zekerheid voor het voor bezoldiging of vergoeding in aanmerking brengen, als vereiste is gesteld het bezit van een nationaal getuigschrift;
e. hoger-onderwijsopleiding: een voltijdse opleiding op het niveau van het hoger onderwijs met een cursusduur van ten minste drie jaren dan wel een daarmee naar niveau en studielast overeenkomende deeltijdse opleiding, in voorkomende gevallen gevolgd door een aanvullende beroepsopleiding;
f. kort-hoger-onderwijsopleiding: een voltijdse opleiding op het niveau van het hoger onderwijs met een cursusduur van ten minste één en minder dan drie jaren dan wel een daarmee naar niveau en studielast overeenkomende deeltijdse opleiding, in voorkomende gevallen gevolgd door een aanvullende beroepsopleiding;
g. gereglementeerde opleiding: een opleiding die: 1°. specifiek gericht is op een bepaald beroep, en
2°. bestaat uit een studiecyclus, in voorkomend geval aangevuld met een beroepsopleiding, beroepsstage of praktijkervaring, waarvan structuur en niveau bij of krachtens wet zijn vastgesteld;
1°. specifiek gericht is op een bepaald beroep, en
2°. bestaat uit een studiecyclus, in voorkomend geval aangevuld met een beroepsopleiding, beroepsstage of praktijkervaring, waarvan structuur en niveau bij of krachtens wet zijn vastgesteld;
h. bekwaamheidsattest: een bewijsstuk dat een opleiding met goed gevolg is afgesloten, waarbij: a. het in de aanhef bedoelde bewijsstuk geen onderdeel uitmaakt van een geheel van bewijsstukken dat een diploma dan wel een certificaat als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 dan wel artikel 4 of artikel 5 onderscheidenlijk een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s vormt, en
b. het bewijsstuk is afgegeven in een Lid-Staat anders dan Nederland door het daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde gezag, naar aanleiding van een beoordeling van de persoonlijke kwaliteiten, de bekwaamheden of de kennis van de aanvrager, die voor de uitoefening van een beroep van essentieel belang worden geacht, zonder dat het bewijs van een voorafgaande opleiding is vereist;
a. het in de aanhef bedoelde bewijsstuk geen onderdeel uitmaakt van een geheel van bewijsstukken dat een diploma dan wel een certificaat als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 dan wel artikel 4 of artikel 5 onderscheidenlijk een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s vormt, en
b. het bewijsstuk is afgegeven in een Lid-Staat anders dan Nederland door het daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde gezag, naar aanleiding van een beoordeling van de persoonlijke kwaliteiten, de bekwaamheden of de kennis van de aanvrager, die voor de uitoefening van een beroep van essentieel belang worden geacht, zonder dat het bewijs van een voorafgaande opleiding is vereist;
i. Lid-Staat: een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
j. beroepservaring: de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het desbetreffende beroep in een Lid-Staat;
k. aanpassingsstage: de uitoefening in Nederland van een beroep onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het desbetreffende beroep, met in voorkomende gevallen een aanvullende opleiding, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen;
l. proeve van bekwaamheid: een toets inzake de beroepskennis van aanvrager met betrekking tot vakgebieden die niet worden bestreken door de door aanvrager gevolgde opleiding en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen;
m. EG-verklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 10, tweede lid.
a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. richtlijn 89/48: richtlijn nr. 89/48/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988, betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma’s waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PbEG 1989, L 019) naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;
c. richtlijn 92/51: richtlijn nr. 92/51/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992, betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van richtlijn nr. 89/48/EEG (PbEG 1992, L 209) naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld;
d. gereglementeerd beroep: een geheel van activiteiten, al dan niet in loondienst verricht, waarvoor 1°. bij of krachtens wet voor de toelating of voor het voeren van een beroepstitel, dan wel
2°. indien het beroepen in de gezondheidszorg betreft, krachtens het nationale stelsel van sociale zekerheid voor het voor bezoldiging of vergoeding in aanmerking brengen, als vereiste is gesteld het bezit van een nationaal getuigschrift;
1°. bij of krachtens wet voor de toelating of voor het voeren van een beroepstitel, dan wel
2°. indien het beroepen in de gezondheidszorg betreft, krachtens het nationale stelsel van sociale zekerheid voor het voor bezoldiging of vergoeding in aanmerking brengen, als vereiste is gesteld het bezit van een nationaal getuigschrift;
e. hoger-onderwijsopleiding: een voltijdse opleiding op het niveau van het hoger onderwijs met een cursusduur van ten minste drie jaren dan wel een daarmee naar niveau en studielast overeenkomende deeltijdse opleiding, in voorkomende gevallen gevolgd door een aanvullende beroepsopleiding;
f. kort-hoger-onderwijsopleiding: een voltijdse opleiding op het niveau van het hoger onderwijs met een cursusduur van ten minste één en minder dan drie jaren dan wel een daarmee naar niveau en studielast overeenkomende deeltijdse opleiding, in voorkomende gevallen gevolgd door een aanvullende beroepsopleiding;
g. gereglementeerde opleiding: een opleiding die: 1°. specifiek gericht is op een bepaald beroep, en
2°. bestaat uit een studiecyclus, in voorkomend geval aangevuld met een beroepsopleiding, beroepsstage of praktijkervaring, waarvan structuur en niveau bij of krachtens wet zijn vastgesteld;
1°. specifiek gericht is op een bepaald beroep, en
2°. bestaat uit een studiecyclus, in voorkomend geval aangevuld met een beroepsopleiding, beroepsstage of praktijkervaring, waarvan structuur en niveau bij of krachtens wet zijn vastgesteld;
h. bekwaamheidsattest: een bewijsstuk dat een opleiding met goed gevolg is afgesloten, waarbij: a. het in de aanhef bedoelde bewijsstuk geen onderdeel uitmaakt van een geheel van bewijsstukken dat een diploma dan wel een certificaat als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 dan wel artikel 4 of artikel 5 onderscheidenlijk een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s vormt, en
b. het bewijsstuk is afgegeven in een Lid-Staat anders dan Nederland door het daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde gezag, naar aanleiding van een beoordeling van de persoonlijke kwaliteiten, de bekwaamheden of de kennis van de aanvrager, die voor de uitoefening van een beroep van essentieel belang worden geacht, zonder dat het bewijs van een voorafgaande opleiding is vereist;
a. het in de aanhef bedoelde bewijsstuk geen onderdeel uitmaakt van een geheel van bewijsstukken dat een diploma dan wel een certificaat als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 dan wel artikel 4 of artikel 5 onderscheidenlijk een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s vormt, en
b. het bewijsstuk is afgegeven in een Lid-Staat anders dan Nederland door het daartoe bij of krachtens wet in die Lid-Staat bevoegde gezag, naar aanleiding van een beoordeling van de persoonlijke kwaliteiten, de bekwaamheden of de kennis van de aanvrager, die voor de uitoefening van een beroep van essentieel belang worden geacht, zonder dat het bewijs van een voorafgaande opleiding is vereist;
i. Lid-Staat: een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
j. beroepservaring: de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het desbetreffende beroep in een Lid-Staat;
k. aanpassingsstage: de uitoefening in Nederland van een beroep onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beoefenaar van het desbetreffende beroep, met in voorkomende gevallen een aanvullende opleiding, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen;
l. proeve van bekwaamheid: een toets inzake de beroepskennis van aanvrager met betrekking tot vakgebieden die niet worden bestreken door de door aanvrager gevolgde opleiding en die wezenlijk zijn voor de uitoefening van het beroep in Nederland, teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager voldoende bekwaamheid bezit om het desbetreffende beroep uit te oefenen;
m. EG-verklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 10, tweede lid.