BWBR0006781
Geldig vanaf 1994-08-31
Artikel 10
Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen
1. Een onderdaan van een Lid-Staat die in Nederland op grond van de onderhavige wet wil worden toegelaten tot een gereglementeerd beroep, kan, tenzij hij:
a. toelating verlangt tot een beroep als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's, en tevens
b. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de onder a vermelde wet,
bij de bevoegde autoriteit een aanvraag indienen tot het verkrijgen van een EG-verklaring.
2. De bevoegde autoriteit geeft een EG-verklaring af aan aanvrager:
a. ingeval een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 wordt vereist en betrokkene in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's, onderscheidenlijk
b. ingeval een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 dan wel als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s wordt vereist en betrokkene in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 dan wel een gereglementeerde opleiding als bedoeld in bijlage 3 met goed gevolg heeft afgerond, onderscheidenlijk
c. ingeval een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 wordt vereist en betrokkene in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4 dan wel artikel 5, onderscheidenlijk
d. ingeval een certificaat als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 wordt vereist, en betrokkene: 1. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's,
2. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3,
3. in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4 dan wel artikel 5,
4. een gereglementeerde opleiding met goed gevolg heeft afgerond, dan wel
5. tijdens de tien jaren voorafgaande aan de aanvraag als bedoeld in de aanhef gedurende drie aaneengesloten jaren voltijds dan wel een gelijkwaardige periode deeltijds het desbetreffende beroep heeft uitgeoefend, en tevens: 1°. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 11 of op grond van artikel 12, dan wel
2°. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder 1° bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
1°. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 11 of op grond van artikel 12, dan wel
2°. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder 1° bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
1. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's,
2. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3,
3. in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4 dan wel artikel 5,
4. een gereglementeerde opleiding met goed gevolg heeft afgerond, dan wel
5. tijdens de tien jaren voorafgaande aan de aanvraag als bedoeld in de aanhef gedurende drie aaneengesloten jaren voltijds dan wel een gelijkwaardige periode deeltijds het desbetreffende beroep heeft uitgeoefend, en tevens: 1°. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 11 of op grond van artikel 12, dan wel
2°. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder 1° bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
1°. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 11 of op grond van artikel 12, dan wel
2°. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder 1° bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
3. Aan aanvrager wordt binnen de in artikel 15bedoelde termijn bekendgemaakt of de beschikking van de bevoegde autoriteit betreft:
a. een afwijzing van de aanvraag,
b. een toewijzing van de aanvraag, dan wel
c. het stellen van aanvullende vereisten als bedoeld in het tweede lid. Daarbij wordt aangegeven op welke praktische dan wel theoretische kennis de aanvullende vereisten betrekking hebben.
a. toelating verlangt tot een beroep als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's, en tevens
b. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de onder a vermelde wet,
bij de bevoegde autoriteit een aanvraag indienen tot het verkrijgen van een EG-verklaring.
2. De bevoegde autoriteit geeft een EG-verklaring af aan aanvrager:
a. ingeval een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 wordt vereist en betrokkene in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's, onderscheidenlijk
b. ingeval een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 dan wel als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s wordt vereist en betrokkene in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 dan wel een gereglementeerde opleiding als bedoeld in bijlage 3 met goed gevolg heeft afgerond, onderscheidenlijk
c. ingeval een diploma als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 wordt vereist en betrokkene in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4 dan wel artikel 5, onderscheidenlijk
d. ingeval een certificaat als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 wordt vereist, en betrokkene: 1. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's,
2. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3,
3. in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4 dan wel artikel 5,
4. een gereglementeerde opleiding met goed gevolg heeft afgerond, dan wel
5. tijdens de tien jaren voorafgaande aan de aanvraag als bedoeld in de aanhef gedurende drie aaneengesloten jaren voltijds dan wel een gelijkwaardige periode deeltijds het desbetreffende beroep heeft uitgeoefend, en tevens: 1°. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 11 of op grond van artikel 12, dan wel
2°. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder 1° bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
1°. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 11 of op grond van artikel 12, dan wel
2°. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder 1° bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
1. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3 van de Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma's,
2. in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 2 dan wel artikel 3,
3. in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4 dan wel artikel 5,
4. een gereglementeerde opleiding met goed gevolg heeft afgerond, dan wel
5. tijdens de tien jaren voorafgaande aan de aanvraag als bedoeld in de aanhef gedurende drie aaneengesloten jaren voltijds dan wel een gelijkwaardige periode deeltijds het desbetreffende beroep heeft uitgeoefend, en tevens: 1°. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 11 of op grond van artikel 12, dan wel
2°. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder 1° bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
1°. aan betrokkene geen aanvullende vereisten worden gesteld op grond van artikel 11 of op grond van artikel 12, dan wel
2°. binnen vier weken nadat betrokkene ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat hij aan de hiervoor onder 1° bedoelde aanvullende vereisten heeft voldaan.
3. Aan aanvrager wordt binnen de in artikel 15bedoelde termijn bekendgemaakt of de beschikking van de bevoegde autoriteit betreft:
a. een afwijzing van de aanvraag,
b. een toewijzing van de aanvraag, dan wel
c. het stellen van aanvullende vereisten als bedoeld in het tweede lid. Daarbij wordt aangegeven op welke praktische dan wel theoretische kennis de aanvullende vereisten betrekking hebben.