BWBR0007124
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 18
Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart
1. De bemanningsleden van schepen, niet zijnde veerboten, voldoen aan onderscheidenlijk de volgende vereisten:
a. een schipper is 1°. hetzij in het bezit van een groot patent als bedoeld in het Patentreglement Rijn of een krachtens artikel 5.01 van het Patentreglement Rijn geldig Rijnschipperspatent;
2°. hetzij in het bezit van een vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van de Binnenschepenwet;
3°. hetzij in het bezit van een bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel g, van de Binnenschepenwet, voor zover dat bewijs is erkend voor de bedrijfsmatige vaart;
4°. hetzij krachtens de Binnenschepenwet vrijgesteld of ontheven van de verplichting in het bezit te zijn van een groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van de Binnenschepenwet, mits de aan de vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen door hem worden nageleefd.
1°. hetzij in het bezit van een groot patent als bedoeld in het Patentreglement Rijn of een krachtens artikel 5.01 van het Patentreglement Rijn geldig Rijnschipperspatent;
2°. hetzij in het bezit van een vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van de Binnenschepenwet;
3°. hetzij in het bezit van een bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel g, van de Binnenschepenwet, voor zover dat bewijs is erkend voor de bedrijfsmatige vaart;
4°. hetzij krachtens de Binnenschepenwet vrijgesteld of ontheven van de verplichting in het bezit te zijn van een groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van de Binnenschepenwet, mits de aan de vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen door hem worden nageleefd.
b. een stuurman voldoet aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en heeft ten minste twee jaar als zodanig in de binnenvaart gevaren;
c. een machinist is 1°. hetzij ten minste 18 jaar en in het bezit van een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van motoren en werktuigkunde heeft gevolgd dan wel in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij ten minste 19 jaar en voldoet aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos-motordrijver en heeft ten minste twee jaar als zodanig op een schip met mechanische voortstuwingsmiddelen gevaren;
1°. hetzij ten minste 18 jaar en in het bezit van een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van motoren en werktuigkunde heeft gevolgd dan wel in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij ten minste 19 jaar en voldoet aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos-motordrijver en heeft ten minste twee jaar als zodanig op een schip met mechanische voortstuwingsmiddelen gevaren;
d. een volmatroos voldoet aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en heeft ten minste één jaar als zodanig in de binnenvaart gevaren;
e. een matroos-motordrijver voldoet 1°. hetzij aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos-motordrijver heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en heeft ten minste één jaar als zodanig op een schip met mechanische voortstuwingsmiddelen gevaren, en bezit een aantoonbare elementaire kennis op het gebied van motoren;
1°. hetzij aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos-motordrijver heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en heeft ten minste één jaar als zodanig op een schip met mechanische voortstuwingsmiddelen gevaren, en bezit een aantoonbare elementaire kennis op het gebied van motoren;
f. een matroos is 1°. hetzij ten minste 17 jaar en in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij ten minste 19 jaar en heeft ten minste drie jaar gevaren als lid van een dekbemanning, waarvan ten minste één jaar in de binnenvaart en twee jaar, hetzij in de binnenvaart, dan wel in de zeevaart, kustvaart of visserij;
1°. hetzij ten minste 17 jaar en in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij ten minste 19 jaar en heeft ten minste drie jaar gevaren als lid van een dekbemanning, waarvan ten minste één jaar in de binnenvaart en twee jaar, hetzij in de binnenvaart, dan wel in de zeevaart, kustvaart of visserij;
g. een lichtmatroos is ten minste 15 jaar en in het bezit van een leerovereenkomst die voorziet in het bezoeken van een vakschool voor schippers, of het volgen van een schriftelijke cursus die door Onze Minister is erkend dan wel door een bevoegde autoriteit in het buitenland is erkend en die opleidt tot een gelijkwaardig diploma.
h. een deksman is tenminste 16 jaar.
2. De bemanningsleden van veerboten voldoen aan onderscheidenlijk de volgende vereisten:
a. een schipper is ten minste 21 jaar en voldoet aan de vereisten die op grond van het eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, worden gesteld aan een schipper en is in het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de korte opleiding schipper-machinist met beperkt werkgebied of een andere door onze Minister erkende opleiding alsmede te allen tijde de nautische Module Zoute Veren heeft gevolgd dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijk-waardige opleiding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
b. een stuurman is ten minste 21 jaar en voldoet aan de vereisten die op grond van het eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, worden gesteld aan een schipper en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een E.H.B.O.-opleiding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door Onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd;
c. een 1e machinist is ten minste 21 jaar en is in het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg hetzij de opleiding MTS-Werktuigbouw alsmede de opleiding Zoute Veren, technische Module, hetzij de opleiding Machinist Binnenvaart B aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische Module, hetzij een andere door Onze Minister erkende opleiding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
d. een 2e machinist is ten minste 19 jaar en is in het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de opleiding machinist binnenvaart B heeft gevolgd, hetzij een andere door onze Minister erkende opleiding heeft gevolgd dan wel is in het bezit van een door Onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd dan wel is in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
e. een matroos is ten minste 19 jaar en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een opleiding brandbestrijding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd;
f. een lichtmatroos is ten minste 18 jaar en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een opleiding brandbestrijding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd.
3. Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van bemanningsleden van veerponten en veerboten opleidings- en ervaringseisen worden gesteld, welke afwijken van het eerste, onderscheidenlijk tweede lid of strekken ter aanvulling daarvan.
a. een schipper is 1°. hetzij in het bezit van een groot patent als bedoeld in het Patentreglement Rijn of een krachtens artikel 5.01 van het Patentreglement Rijn geldig Rijnschipperspatent;
2°. hetzij in het bezit van een vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van de Binnenschepenwet;
3°. hetzij in het bezit van een bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel g, van de Binnenschepenwet, voor zover dat bewijs is erkend voor de bedrijfsmatige vaart;
4°. hetzij krachtens de Binnenschepenwet vrijgesteld of ontheven van de verplichting in het bezit te zijn van een groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van de Binnenschepenwet, mits de aan de vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen door hem worden nageleefd.
1°. hetzij in het bezit van een groot patent als bedoeld in het Patentreglement Rijn of een krachtens artikel 5.01 van het Patentreglement Rijn geldig Rijnschipperspatent;
2°. hetzij in het bezit van een vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van de Binnenschepenwet;
3°. hetzij in het bezit van een bewijs van bekwaamheid voor de binnenvaart als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel g, van de Binnenschepenwet, voor zover dat bewijs is erkend voor de bedrijfsmatige vaart;
4°. hetzij krachtens de Binnenschepenwet vrijgesteld of ontheven van de verplichting in het bezit te zijn van een groot vaarbewijs als bedoeld in artikel 16 van de Binnenschepenwet, mits de aan de vrijstelling of ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen door hem worden nageleefd.
b. een stuurman voldoet aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en heeft ten minste twee jaar als zodanig in de binnenvaart gevaren;
c. een machinist is 1°. hetzij ten minste 18 jaar en in het bezit van een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van motoren en werktuigkunde heeft gevolgd dan wel in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij ten minste 19 jaar en voldoet aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos-motordrijver en heeft ten minste twee jaar als zodanig op een schip met mechanische voortstuwingsmiddelen gevaren;
1°. hetzij ten minste 18 jaar en in het bezit van een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding op het gebied van motoren en werktuigkunde heeft gevolgd dan wel in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij ten minste 19 jaar en voldoet aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos-motordrijver en heeft ten minste twee jaar als zodanig op een schip met mechanische voortstuwingsmiddelen gevaren;
d. een volmatroos voldoet aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en heeft ten minste één jaar als zodanig in de binnenvaart gevaren;
e. een matroos-motordrijver voldoet 1°. hetzij aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos-motordrijver heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en heeft ten minste één jaar als zodanig op een schip met mechanische voortstuwingsmiddelen gevaren, en bezit een aantoonbare elementaire kennis op het gebied van motoren;
1°. hetzij aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos-motordrijver heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij aan de vereisten die op grond van dit artikel worden gesteld aan een matroos en heeft ten minste één jaar als zodanig op een schip met mechanische voortstuwingsmiddelen gevaren, en bezit een aantoonbare elementaire kennis op het gebied van motoren;
f. een matroos is 1°. hetzij ten minste 17 jaar en in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij ten minste 19 jaar en heeft ten minste drie jaar gevaren als lid van een dekbemanning, waarvan ten minste één jaar in de binnenvaart en twee jaar, hetzij in de binnenvaart, dan wel in de zeevaart, kustvaart of visserij;
1°. hetzij ten minste 17 jaar en in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt, dat hij met goed gevolg een opleiding voor matroos heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
2°. hetzij ten minste 19 jaar en heeft ten minste drie jaar gevaren als lid van een dekbemanning, waarvan ten minste één jaar in de binnenvaart en twee jaar, hetzij in de binnenvaart, dan wel in de zeevaart, kustvaart of visserij;
g. een lichtmatroos is ten minste 15 jaar en in het bezit van een leerovereenkomst die voorziet in het bezoeken van een vakschool voor schippers, of het volgen van een schriftelijke cursus die door Onze Minister is erkend dan wel door een bevoegde autoriteit in het buitenland is erkend en die opleidt tot een gelijkwaardig diploma.
h. een deksman is tenminste 16 jaar.
2. De bemanningsleden van veerboten voldoen aan onderscheidenlijk de volgende vereisten:
a. een schipper is ten minste 21 jaar en voldoet aan de vereisten die op grond van het eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, worden gesteld aan een schipper en is in het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de korte opleiding schipper-machinist met beperkt werkgebied of een andere door onze Minister erkende opleiding alsmede te allen tijde de nautische Module Zoute Veren heeft gevolgd dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijk-waardige opleiding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
b. een stuurman is ten minste 21 jaar en voldoet aan de vereisten die op grond van het eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, worden gesteld aan een schipper en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een E.H.B.O.-opleiding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door Onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd;
c. een 1e machinist is ten minste 21 jaar en is in het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg hetzij de opleiding MTS-Werktuigbouw alsmede de opleiding Zoute Veren, technische Module, hetzij de opleiding Machinist Binnenvaart B aangevuld met de opleiding Zoute Veren, technische Module, hetzij een andere door Onze Minister erkende opleiding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
d. een 2e machinist is ten minste 19 jaar en is in het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de opleiding machinist binnenvaart B heeft gevolgd, hetzij een andere door onze Minister erkende opleiding heeft gevolgd dan wel is in het bezit van een door Onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd dan wel is in het bezit van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;
e. een matroos is ten minste 19 jaar en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een opleiding brandbestrijding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd;
f. een lichtmatroos is ten minste 18 jaar en is in het bezit van een door Onze Minister erkend getuigschrift waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een opleiding brandbestrijding heeft gevolgd, dan wel is in het bezit van een door onze Minister erkend buitenlands getuigschrift waaruit blijkt dat hij een gelijkwaardige opleiding heeft gevolgd.
3. Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van bemanningsleden van veerponten en veerboten opleidings- en ervaringseisen worden gesteld, welke afwijken van het eerste, onderscheidenlijk tweede lid of strekken ter aanvulling daarvan.