BWBR0007124
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 27
Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart
1. Het vaartijdenboek wordt door de gezagvoerend schipper bijgehouden overeenkomstig de daarin gestelde aanwijzingen. De aantekeningen worden naar waarheid ingevuld en zijn onuitwisbaar en duidelijk leesbaar aangebracht.
2. Indien op een dag twee of meer vaarten worden gemaakt en de samenstelling van de bemanning ongewijzigd blijft, kan worden volstaan met de vermelding van het tijdstip van aanvang van de eerste vaart in plaats van het tijdstip van aanvang van elke vaart op die dag en kan worden volstaan met het invullen van het tijdstip van het einde van de laatste vaart in plaats van het tijdstip van einde van elke vaart op die dag.
3. De in het vaartijdenboek vermelde bepaling, dat per reis kan worden volstaan met één schema voor het aantekenen van de rusttijden, is slechts van toepassing bij exploitatiewijze B. Bij de exploitatiewijzen A1 en A2 worden het begin en het einde van de rusttijd van elk bemanningslid iedere dag gedurende de reis aangetekend.
4. De na een wisseling van exploitatiewijze noodzakelijke aantekeningen worden op een nieuwe bladzijde van het vaartijdenboek aangebracht.
5. Tijdens de vaart is het vaartijdenboek in de stuurhut aanwezig.
6. De gezagvoerend schipper bewaart het overeenkomstig artikel 26, zesde lid, ongeldig verklaarde vaartijdenboek gedurende 6 maanden nadat daarin de laatste aantekening is gesteld aan boord.
2. Indien op een dag twee of meer vaarten worden gemaakt en de samenstelling van de bemanning ongewijzigd blijft, kan worden volstaan met de vermelding van het tijdstip van aanvang van de eerste vaart in plaats van het tijdstip van aanvang van elke vaart op die dag en kan worden volstaan met het invullen van het tijdstip van het einde van de laatste vaart in plaats van het tijdstip van einde van elke vaart op die dag.
3. De in het vaartijdenboek vermelde bepaling, dat per reis kan worden volstaan met één schema voor het aantekenen van de rusttijden, is slechts van toepassing bij exploitatiewijze B. Bij de exploitatiewijzen A1 en A2 worden het begin en het einde van de rusttijd van elk bemanningslid iedere dag gedurende de reis aangetekend.
4. De na een wisseling van exploitatiewijze noodzakelijke aantekeningen worden op een nieuwe bladzijde van het vaartijdenboek aangebracht.
5. Tijdens de vaart is het vaartijdenboek in de stuurhut aanwezig.
6. De gezagvoerend schipper bewaart het overeenkomstig artikel 26, zesde lid, ongeldig verklaarde vaartijdenboek gedurende 6 maanden nadat daarin de laatste aantekening is gesteld aan boord.