BWBR0007124
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 9
Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart
1. Bij exploitatiewijze A1 mag de vaartijd van een schip ten hoogste eenmaal per kalenderweek tot ten hoogste 16 uur worden verlengd indien:
het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die te allen tijde bereikbaar is voor de in de artikelen 11, eerste lid, en 18, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren en in werking is gesteld vanaf het begin van de voorgaande ten minste 8 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart; en
de bemanning uit ten minste een schipper en een stuurman bestaat.
2. Een sleepschip dat niet zelfstandig vaart, en een schip waarvan de voortstuwing in een hecht samenstel door een schip of meer andere schepen wordt verzorgd, mag worden geëxploiteerd overeenkomstig het eerste lid, aanhef, indien het schip of de schepen die zorgdragen voor de voortstuwing van het hecht samenstel of het sleepschip, voldoen aan het eerste lid.
het schip is uitgerust met een goed functionerende tachograaf die te allen tijde bereikbaar is voor de in de artikelen 11, eerste lid, en 18, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren en in werking is gesteld vanaf het begin van de voorgaande ten minste 8 aaneengesloten uren durende onderbreking van de vaart; en
de bemanning uit ten minste een schipper en een stuurman bestaat.
2. Een sleepschip dat niet zelfstandig vaart, en een schip waarvan de voortstuwing in een hecht samenstel door een schip of meer andere schepen wordt verzorgd, mag worden geëxploiteerd overeenkomstig het eerste lid, aanhef, indien het schip of de schepen die zorgdragen voor de voortstuwing van het hecht samenstel of het sleepschip, voldoen aan het eerste lid.