BWBR0007125
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 12
Wet inzake de wisselkantoren
1. De Bank is bevoegd van iedere kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet toezicht kredietwezen 1992of financiële instelling die ingevolge artikel 52, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992is ingeschreven, inlichtingen te verlangen betreffende de door die instelling met een wisselkantoor verrichte transacties, voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is.
2. Een instelling, als bedoeld in het eerste lid, waarvan inlichtingen worden verlangd is verplicht deze binnen de door de Bank te stellen termijn te verstrekken.
3. Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen gegevens betreffen die de instelling aan de Bank verstrekt uit hoofde van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, kan de instelling aan de in het tweede lid genoemde verplichtingen voldoen door die gegevens aan te merken als verstrekt uit hoofde van deze wet.
2. Een instelling, als bedoeld in het eerste lid, waarvan inlichtingen worden verlangd is verplicht deze binnen de door de Bank te stellen termijn te verstrekken.
3. Voor zover de in het eerste lid bedoelde inlichtingen gegevens betreffen die de instelling aan de Bank verstrekt uit hoofde van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994, kan de instelling aan de in het tweede lid genoemde verplichtingen voldoen door die gegevens aan te merken als verstrekt uit hoofde van deze wet.