BWBR0007125
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 21
Wet inzake de wisselkantoren
1. De Bank verstrekt aan de autoriteiten die ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht beleggingsinstellingenonderscheidenlijk de Wet toezicht effectenverkeer, belast zijn met het toezicht op kredietinstellingen, verzekeraars, beleggingsinstellingen onderscheidenlijk effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders, de gegevens of inlichtingen die zij heeft verkregen bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van de personen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder a tot en met c, voorzover de Bank van oordeel is dat de gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 19.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 19.