BWBR0007125
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 13
Wet inzake de wisselkantoren
1. De door de Bank met het toezicht belaste personen zijn bevoegd elke plaats te betreden voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
2. Zo nodig verschaffen de door de Bank met het toezicht belaste personen zich toegang met behulp van de sterke arm.
3. De door de Bank met het toezicht belaste personen zijn bevoegd van gegevens, gegevensdragers en bescheiden kopieën te maken.
4. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn de door de Bank met het toezicht belaste personen bevoegd de gegevens, gegevensdragers en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.
2. Zo nodig verschaffen de door de Bank met het toezicht belaste personen zich toegang met behulp van de sterke arm.
3. De door de Bank met het toezicht belaste personen zijn bevoegd van gegevens, gegevensdragers en bescheiden kopieën te maken.
4. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn de door de Bank met het toezicht belaste personen bevoegd de gegevens, gegevensdragers en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs.