BWBR0007133
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 11
Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid
1. Onze Minister kan projectsubsidies verlenen die zich uitstrekken over meer dan één kalenderjaar.
2. De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die subsidie voor een bepaald project verlangt, dient ten minste dertien weken vóór de aanvang van het project een aanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting en gaat vergezeld van een liquiditeitsprognose.
3. In het projectplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de aanvrager met de activiteiten nastreeft en op welke wijze die zullen worden uitgevoerd. Indien in het kader van het project uitvoerend werk of steunfunctiewerk wordt verricht, wordt tevens aangegeven op welke wijze wordt voldaan aan artikel 7, eerste lid, van de wet.
4. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van het project. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en van het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden op het moment van indiening van de aanvraag.
5. De liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van de activiteiten per maand. De liquiditeitsprognose kan achterwege blijven als de liquiditeitsbehoefte regelmatig gespreid is over de duur van het project.
6. In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister bepalen dat aanvragen voor projecten op bepaalde terreinen vóór een of meer door hem vastgestelde data worden ingediend.
7. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het tweede of zesde lid bedoelde aanvraagtermijn.
2. De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die subsidie voor een bepaald project verlangt, dient ten minste dertien weken vóór de aanvang van het project een aanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting en gaat vergezeld van een liquiditeitsprognose.
3. In het projectplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de aanvrager met de activiteiten nastreeft en op welke wijze die zullen worden uitgevoerd. Indien in het kader van het project uitvoerend werk of steunfunctiewerk wordt verricht, wordt tevens aangegeven op welke wijze wordt voldaan aan artikel 7, eerste lid, van de wet.
4. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van het project. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting. Daarbij wordt uitgegaan van het prijspeil en van het niveau van de kosten van de arbeidsvoorwaarden op het moment van indiening van de aanvraag.
5. De liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van de activiteiten per maand. De liquiditeitsprognose kan achterwege blijven als de liquiditeitsbehoefte regelmatig gespreid is over de duur van het project.
6. In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister bepalen dat aanvragen voor projecten op bepaalde terreinen vóór een of meer door hem vastgestelde data worden ingediend.
7. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het tweede of zesde lid bedoelde aanvraagtermijn.