BWBR0007133
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 50
Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid
1. Binnen tien maanden na afloop van het kalenderjaar waarvoor een uitkering is verstrekt of in geval van een meerjarige uitkering binnen tien maanden na afloop van het laatste kalenderjaar waarvoor de uitkering is verstrekt, leggen gedeputeerde staten of het college van burgemeester en wethouders een verantwoording over, waaruit blijkt of de activiteiten waarvoor de uitkering was bestemd, zijn uitgevoerd.
2. Indien de uitkering bestaat uit een vergoeding van werkelijk gemaakte kosten blijkt uit de verantwoording tevens in hoeverre de verleende uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd.
3. Indien de uitkering meer bedraagt dan € 125 000, is de verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Onze Minister kan een protocol vaststellen voor de wijze waarop de verklaring wordt opgesteld.
4. Indien de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens voldoende blijken uit de vastgestelde jaarrekening van de provincie of gemeente, kan worden volstaan met de toezending van die jaarrekening en de daarbij behorende verslagen.
2. Indien de uitkering bestaat uit een vergoeding van werkelijk gemaakte kosten blijkt uit de verantwoording tevens in hoeverre de verleende uitkering is besteed ten behoeve van het doel waarvoor zij was bestemd.
3. Indien de uitkering meer bedraagt dan € 125 000, is de verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Onze Minister kan een protocol vaststellen voor de wijze waarop de verklaring wordt opgesteld.
4. Indien de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens voldoende blijken uit de vastgestelde jaarrekening van de provincie of gemeente, kan worden volstaan met de toezending van die jaarrekening en de daarbij behorende verslagen.