BWBR0007133
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 33
Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid
1. Binnen vier maanden na afloop van de periode of het project waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.
2. De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. het verslag, bedoeld in artikel 24, eerste lid;
b. een subsidiedeclaratie;
c. de jaarrekening(en); en
d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.
3. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
4. Een jaarrekening behoeft , tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald, niet te worden ingezonden, indien het gaat om:
a. een projectsubsidie; of
b. een subsidie aan een publiekrechtelijke rechtspersoon.
5. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.
6. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.
2. De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. het verslag, bedoeld in artikel 24, eerste lid;
b. een subsidiedeclaratie;
c. de jaarrekening(en); en
d. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de instelling te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.
3. Een subsidiedeclaratie kan achterwege blijven indien de daarmee te verstrekken informatie reeds in de in te zenden jaarrekening is opgenomen.
4. Een jaarrekening behoeft , tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald, niet te worden ingezonden, indien het gaat om:
a. een projectsubsidie; of
b. een subsidie aan een publiekrechtelijke rechtspersoon.
5. Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.
6. Onze Minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde aanvraagtermijn.