BWBR0007321
Geldig vanaf 1995-06-30
Artikel 22a
Besluit rechtspositie vrijwillige politie
1. Indien de vrijwillige ambtenaar van politie wegens de uitvoering van de politietaak aansprakelijk wordt gesteld naar burgerlijk recht of als verdachte wordt aangemerkt naar strafrecht, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij hij naar het oordeel van het bevoegd gezag opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, of grof nalatig is geweest.
2. Indien de vrijwillige ambtenaar van politie schadevergoeding vordert op grond van onrechtmatige daad, jegens hem gepleegd tijdens de uitoefening van de politietaak, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de rechtskundige hulp aan de ambtenaar is verleend, op grond van zijn lidmaatschap, door een centrale of een vereniging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006518/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994</a>, met dien verstande dat de tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp rechtstreeks wordt betaald aan voornoemde centrale of vereniging.
4. Het bevoegd gezag kan verdere tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp staken of de tegemoetkoming in de kosten van de rechtskundige hulp terugvorderen, indien
a de aan een derde toegebrachte schade blijkens rechterlijk vonnis het gevolg is van opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos handelen van de vrijwillige ambtenaar van politie, of
b indien de vrijwillige ambtenaar van politie strafrechtelijk wordt veroordeeld.
5. In bijzondere gevallen, gelet op de aard van de zaak of de omstandigheden van de vrijwillige ambtenaar van politie, kan het bevoegd gezag, overwegend dat de handeling geen gevolg is van de taakuitoefening van de vrijwillige ambtenaar van politie, besluiten tot een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
6. Onze Minister stelt een regeling vast met betrekking tot tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
2. Indien de vrijwillige ambtenaar van politie schadevergoeding vordert op grond van onrechtmatige daad, jegens hem gepleegd tijdens de uitoefening van de politietaak, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de rechtskundige hulp aan de ambtenaar is verleend, op grond van zijn lidmaatschap, door een centrale of een vereniging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006518/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994</a>, met dien verstande dat de tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp rechtstreeks wordt betaald aan voornoemde centrale of vereniging.
4. Het bevoegd gezag kan verdere tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp staken of de tegemoetkoming in de kosten van de rechtskundige hulp terugvorderen, indien
a de aan een derde toegebrachte schade blijkens rechterlijk vonnis het gevolg is van opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos handelen van de vrijwillige ambtenaar van politie, of
b indien de vrijwillige ambtenaar van politie strafrechtelijk wordt veroordeeld.
5. In bijzondere gevallen, gelet op de aard van de zaak of de omstandigheden van de vrijwillige ambtenaar van politie, kan het bevoegd gezag, overwegend dat de handeling geen gevolg is van de taakuitoefening van de vrijwillige ambtenaar van politie, besluiten tot een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
6. Onze Minister stelt een regeling vast met betrekking tot tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.