BWBR0007831
Geldig vanaf 01-05-1997
Artikel 4
Verordening op de praktijkrechtspersoon
1. Het is de advocaat slechts toegestaan aandelen in een praktijkvennootschap of certificaten daarvan te houden, indien hij de praktijk daadwerkelijk binnen die praktijkvennootschap uitoefent. Het is de advocaat slechts toegestaan aandelen in een houdstervennootschap of certificaten daarvan te houden, indien deze houdstervennootschap direct of indirect aandelen houdt in een praktijkvennootschap en zij de praktijk daadwerkelijk binnen die praktijkvennootschap uitoefenen.
2. Het bepaalde in het vorige lid lijdt uitzondering:
a. indien een houder van aandelen in een praktijkvennootschap of van aandelen in een houdstervennootschap die direct of indirect houdster is van een of meer aandelen in een praktijkvennootschap, ophoudt de praktijk daadwerkelijk binnen die praktijkvennootschap uit te oefenen;
b. ingeval van eigendomsovergang van aandelen in de praktijkvennootschap of van aandelen in een houdstervennootschap die houdster is van een of meer aandelen in een praktijkvennootschap, door overlijden van degene te wiens name die aandelen zijn gesteld.
3. De uitzonderingen genoemd in het tweede lid gelden slechts voor een korte periode.
4. De Raad van Toezicht kan – al dan niet onder het stellen van voorwaarden of een tijdlimiet – ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onverminderd hetgeen overigens uit de wet voortvloeit.
2. Het bepaalde in het vorige lid lijdt uitzondering:
a. indien een houder van aandelen in een praktijkvennootschap of van aandelen in een houdstervennootschap die direct of indirect houdster is van een of meer aandelen in een praktijkvennootschap, ophoudt de praktijk daadwerkelijk binnen die praktijkvennootschap uit te oefenen;
b. ingeval van eigendomsovergang van aandelen in de praktijkvennootschap of van aandelen in een houdstervennootschap die houdster is van een of meer aandelen in een praktijkvennootschap, door overlijden van degene te wiens name die aandelen zijn gesteld.
3. De uitzonderingen genoemd in het tweede lid gelden slechts voor een korte periode.
4. De Raad van Toezicht kan – al dan niet onder het stellen van voorwaarden of een tijdlimiet – ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onverminderd hetgeen overigens uit de wet voortvloeit.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007831
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl