BWBR0009199
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 17
Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden
1. Onze Minister stelt de subsidie aan de gemeente vast binnen een jaar na ontvangst van het verslag en de daarop betrekking hebbende verklaring, bedoeld in artikel 20, vierde lid, van de wet.
2. Onze Minister hanteert bij de vaststelling van het vast budget de normbedragen, bedoeld in artikel 12, eerste lid.
3. Indien op grond van de wet of dit besluit een arbeidsduur van minder dan 32 uur gerechtvaardigd is, wordt het normbedrag verminderd naar rato van de overeengekomen arbeidsduur.
4. Indien op grond van de wet of dit besluit een arbeidsduur van meer dan 32 uur gerechtvaardigd is, stelt Onze Minister de subsidie vast op basis van het normbedrag dat geldt voor 32 uur en het verschil tussen het normbedrag dat geldt voor 32 uur en het normbedrag dat geldt voor 36 uur, voor iedere door de gemeente aangegane dienstbetrekking naar rato van het aantal uren dat meer dan 32 uur per week wordt gewerkt.
5. De vaststelling van de basisbedragen vindt plaats overeenkomstig de artikelen 9en 10. Op de basisbedragen worden in mindering gebracht gelden die door of vanwege de werknemer worden ontvangen op grond van de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicaptenof op grond van een regeling die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt.
6. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat Onze Minister het verslag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 20 september van het jaar volgend op het jaar waarop zij betrekking hebben, heeft ontvangen.
7. Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.
2. Onze Minister hanteert bij de vaststelling van het vast budget de normbedragen, bedoeld in artikel 12, eerste lid.
3. Indien op grond van de wet of dit besluit een arbeidsduur van minder dan 32 uur gerechtvaardigd is, wordt het normbedrag verminderd naar rato van de overeengekomen arbeidsduur.
4. Indien op grond van de wet of dit besluit een arbeidsduur van meer dan 32 uur gerechtvaardigd is, stelt Onze Minister de subsidie vast op basis van het normbedrag dat geldt voor 32 uur en het verschil tussen het normbedrag dat geldt voor 32 uur en het normbedrag dat geldt voor 36 uur, voor iedere door de gemeente aangegane dienstbetrekking naar rato van het aantal uren dat meer dan 32 uur per week wordt gewerkt.
5. De vaststelling van de basisbedragen vindt plaats overeenkomstig de artikelen 9en 10. Op de basisbedragen worden in mindering gebracht gelden die door of vanwege de werknemer worden ontvangen op grond van de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicaptenof op grond van een regeling die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt.
6. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat Onze Minister het verslag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 20 september van het jaar volgend op het jaar waarop zij betrekking hebben, heeft ontvangen.
7. Indien het verslag niet is ontvangen binnen 18 maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft of niet is voorzien van een daarop betrekking hebbende verklaring, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.