BWBR0009267
Geldig vanaf 1997-12-31
Artikel 13
Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
1. De overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, hebben vanaf het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet recht op een uitkering op grond van de WAO.
2. De overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, hebben vanaf het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet recht op een uitkering op grond van de WAO indien aan hen op of na dat tijdstip met terugwerkende kracht tot en met de dag voorafgaande aan dat tijdstip een recht op een WAO-conforme uitkering wordt toegekend. Totdat de laatstbedoelde toekenning heeft plaatsgevonden, wordt aan hen een voorlopige uitkering op grond van de WAO betaald. Indien bij de vaststelling van het recht op een WAO-uitkering blijkt dat deze voorlopige uitkering ten onrechte is uitbetaald, of op een te hoog bedrag was vastgesteld, wordt het teveel betaalde niet teruggevorderd.
3. Voor de toepassing van de artikelen 21a, 21b, 34juncto 36en 61 van de WAOen de artikelen 29en 29b van de ZW, wordt de datum waarop de in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, bedoelde WAO-conforme uitkering ingevolge artikel 37, negende lid, 39, zevende lid, 40, 41, 42, zesde lid, of 43, zesde lid, van de WPA is ingegaan, aangemerkt als de datum waarop het in het eerste of het tweede lid bedoelde recht op een uitkering op grond van de WAO is ingegaan.
2. De overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, hebben vanaf het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet recht op een uitkering op grond van de WAO indien aan hen op of na dat tijdstip met terugwerkende kracht tot en met de dag voorafgaande aan dat tijdstip een recht op een WAO-conforme uitkering wordt toegekend. Totdat de laatstbedoelde toekenning heeft plaatsgevonden, wordt aan hen een voorlopige uitkering op grond van de WAO betaald. Indien bij de vaststelling van het recht op een WAO-uitkering blijkt dat deze voorlopige uitkering ten onrechte is uitbetaald, of op een te hoog bedrag was vastgesteld, wordt het teveel betaalde niet teruggevorderd.
3. Voor de toepassing van de artikelen 21a, 21b, 34juncto 36en 61 van de WAOen de artikelen 29en 29b van de ZW, wordt de datum waarop de in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, bedoelde WAO-conforme uitkering ingevolge artikel 37, negende lid, 39, zevende lid, 40, 41, 42, zesde lid, of 43, zesde lid, van de WPA is ingegaan, aangemerkt als de datum waarop het in het eerste of het tweede lid bedoelde recht op een uitkering op grond van de WAO is ingegaan.