BWBR0009267
Geldig vanaf 1997-12-31
Artikel 45b
Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
1. Voor de toepassing van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt onder het bereiken van de volledige uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, mede verstaan het voor het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet bereiken van de volledige uitkeringsduur van een wachtgeld, waarop recht is ontstaan voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet. Onder wachtgeld wordt niet verstaan de kortdurende uitkering, bedoeld in het tweede lid.
2. Voor de toepassing van artikel 2, onderdeel b, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt onder het bereiken van de volledige uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, mede verstaan het voor het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet bereiken van de volledige uitkeringsduur van een kortdurende uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, het Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen bepaalde tijd, het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneelof een met die besluiten vergelijkbare regeling, waarop recht is ontstaan voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet.
3. Voor de toepassing van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt onder het bereiken van de volledige uitkeringsduur bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, mede verstaan het bereiken van de volledige uitkeringsduur van een wachtgeld, waarop in verband met de verlaging van een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringrecht is ontstaan tussen 30 september 2004 en 1 oktober 2005 voor de overheidswerknemer of de gewezen overheidswerknemer die op 31 december 2000 en op 30 september 2004 recht had op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.
2. Voor de toepassing van artikel 2, onderdeel b, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt onder het bereiken van de volledige uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, mede verstaan het voor het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet bereiken van de volledige uitkeringsduur van een kortdurende uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, het Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen bepaalde tijd, het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneelof een met die besluiten vergelijkbare regeling, waarop recht is ontstaan voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet.
3. Voor de toepassing van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt onder het bereiken van de volledige uitkeringsduur bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, mede verstaan het bereiken van de volledige uitkeringsduur van een wachtgeld, waarop in verband met de verlaging van een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringrecht is ontstaan tussen 30 september 2004 en 1 oktober 2005 voor de overheidswerknemer of de gewezen overheidswerknemer die op 31 december 2000 en op 30 september 2004 recht had op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.