BWBR0009344
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 14
Wet inkomensvoorziening kunstenaars
1. Het recht op uitkering gaat niet eerder in dan de dag waarop de uitkering is aangevraagd.
2. Indien de belanghebbende gehuwd is wordt de aanvraag door de echtgenoten gezamenlijk ingediend, dan wel door een van hen met schriftelijke toestemming van de ander.
3. De aanvraag wordt afgewezen indien niet voldaan wordt aan het tweede lid.
4. Indien beide echtgenoten recht hebben op uitkering:
a. wordt ieders individuele inkomen verminderd met de individuele beroepskosten;
b. wordt bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, slechts acht geslagen op ieders individuele bruto-inkomen of bruto-omzet;
c. bedraagt de som van hun uitkeringen ten hoogste het bedrag bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c; en
d. wordt bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 10, het in artikel 10, tweede lid, onder c, genoemde bedrag aangehouden.
2. Indien de belanghebbende gehuwd is wordt de aanvraag door de echtgenoten gezamenlijk ingediend, dan wel door een van hen met schriftelijke toestemming van de ander.
3. De aanvraag wordt afgewezen indien niet voldaan wordt aan het tweede lid.
4. Indien beide echtgenoten recht hebben op uitkering:
a. wordt ieders individuele inkomen verminderd met de individuele beroepskosten;
b. wordt bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, slechts acht geslagen op ieders individuele bruto-inkomen of bruto-omzet;
c. bedraagt de som van hun uitkeringen ten hoogste het bedrag bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel c; en
d. wordt bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 10, het in artikel 10, tweede lid, onder c, genoemde bedrag aangehouden.