BWBR0009344
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 18d
Wet inkomensvoorziening kunstenaars
1. Het besluit waarbij een boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zevende lid.
2. Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering op grond van deze wet of een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0004044" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers</a>, de <a href="/wet/BWBR0004163" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</a>of de <a href="/wet/BWBR0015703" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en bijstand</a>ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die bijstand of uitkering.
3. Indien degene aan wie een boete is opgelegd inmiddels een uitkering op grond van deze wet of een uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente die de boete heeft opgelegd, betaalt die andere gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de kunstenaar, op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd.
4. Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>, de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>, de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>, de <a href="/wet/BWBR0008657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>, de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>, de <a href="/wet/BWBR0002221" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Ouderdomswet</a>, de <a href="/wet/BWBR0007795" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene nabestaandenwet</a>of de <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeid en zorg</a>, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd.
5. Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering op grond van deze wet of een uitkering als bedoeld in het tweede of vierde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde en vierde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
6. De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede, derde of vierde lid, dan wel van het vijfde lid, dan wel van het tweede, derde of vierde lid in combinatie met het vijfde lid.
7. Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
8. De betekening en tenuitvoerlegging ingevolge het vijfde lid kan geschieden door de deurwaarder, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/231" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet</a>. <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/256" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 256 van die wet</a>is van overeenkomstige toepassing.
9. Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door burgemeester en wethouders op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 479b tot en met 479g</a>, behoudens <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479e" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>van overeenkomstige toepassing. De in <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 479g</a>aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan burgemeester en wethouders.
10. De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat de kunstenaar blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 475c</a>en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>.
11. Het tiende lid geldt niet zolang de kunstenaar zijn verplichting bedoeld in artikel 17, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt.
2. Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering op grond van deze wet of een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0004044" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers</a>, de <a href="/wet/BWBR0004163" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</a>of de <a href="/wet/BWBR0015703" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en bijstand</a>ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die bijstand of uitkering.
3. Indien degene aan wie een boete is opgelegd inmiddels een uitkering op grond van deze wet of een uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente die de boete heeft opgelegd, betaalt die andere gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de kunstenaar, op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd.
4. Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>, de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>, de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>, de <a href="/wet/BWBR0008657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>, de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>, de <a href="/wet/BWBR0002221" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Ouderdomswet</a>, de <a href="/wet/BWBR0007795" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene nabestaandenwet</a>of de <a href="/wet/BWBR0013008" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeid en zorg</a>, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is op haar verzoek aan de gemeente die de boete heeft opgelegd.
5. Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering op grond van deze wet of een uitkering als bedoeld in het tweede of vierde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde en vierde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
6. De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede, derde of vierde lid, dan wel van het vijfde lid, dan wel van het tweede, derde of vierde lid in combinatie met het vijfde lid.
7. Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
8. De betekening en tenuitvoerlegging ingevolge het vijfde lid kan geschieden door de deurwaarder, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/231" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet</a>. <a href="/wet/BWBR0005416/artikel/256" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 256 van die wet</a>is van overeenkomstige toepassing.
9. Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door burgemeester en wethouders op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 479b tot en met 479g</a>, behoudens <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479e" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>van overeenkomstige toepassing. De in <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/479g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 479g</a>aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan burgemeester en wethouders.
10. De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat de kunstenaar blijft beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 475c</a>en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>.
11. Het tiende lid geldt niet zolang de kunstenaar zijn verplichting bedoeld in artikel 17, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt.