BWBR0009344
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 26
Wet inkomensvoorziening kunstenaars
1. Onze Minister erkent één instelling als de adviserende instelling.
2. De adviserende instelling heeft tot taak burgemeester en wethouders van advies te dienen of:
a. de aanvraag is ingediend door een kunstenaar als bedoeld in artikel 1, onder d, of aan de eisen bedoeld in artikel 4, onder b en c, voldaan wordt of aan de eisen bedoeld in artikel 47, eerste lid, aanhef en onder c; of
b. de uitkering moet worden beëindigd om de reden bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b.
3. Om voor erkenning als de adviserende instelling in aanmerking te komen is tenminste vereist dat de aanvragende instelling:
a. een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
b. blijkens haar statuten tot doel heeft of mede tot doel heeft taken als bedoeld in het tweede lid te vervullen.
4. Aan een erkenning kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Een erkenning geldt voor onbepaalde tijd.
2. De adviserende instelling heeft tot taak burgemeester en wethouders van advies te dienen of:
a. de aanvraag is ingediend door een kunstenaar als bedoeld in artikel 1, onder d, of aan de eisen bedoeld in artikel 4, onder b en c, voldaan wordt of aan de eisen bedoeld in artikel 47, eerste lid, aanhef en onder c; of
b. de uitkering moet worden beëindigd om de reden bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b.
3. Om voor erkenning als de adviserende instelling in aanmerking te komen is tenminste vereist dat de aanvragende instelling:
a. een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is;
b. blijkens haar statuten tot doel heeft of mede tot doel heeft taken als bedoeld in het tweede lid te vervullen.
4. Aan een erkenning kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Een erkenning geldt voor onbepaalde tijd.