BWBR0009542
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 10
Wet herstructurering varkenshouderij
1. Indien na 1996 registratie heeft plaatsgevonden van een uiterlijk op 9 juli 1997 gedane kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, wordt het overeenkomstig artikel 6, 7, 8of 11, derde lid, bepaalde varkensrecht vergroot voor het bedrijf waarheen is verplaatst en verkleind tot ten minste nihil voor het bedrijf waarvan het niet-gebonden mestproductierecht afkomstig is.
2. De in het eerste lid bedoelde vergroting betreft het fokzeugenrecht en komt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het door de belanghebbende daartoe bij wijze van melding aangegeven deel van de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf is vergroot te delen door 7,4 kilogram fosfaat.
3. De in het eerste lid bedoelde verkleining komt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf is verkleind te delen door 7,4 kilogram fosfaat. De verkleining komt ten laste van het fokzeugenrecht voor zover het aantal varkenseenheden waarmee de verkleining overeenkomt groter is dan het verschil tussen het varkensrecht en het fokzeugenrecht. Artikel 9, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van dit artikel, indien het varkensrecht overeenkomstig artikel 7wordt bepaald, in artikel 9, vierde lid, in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1995.
4. Artikel 7, derde lid, is op de meldingen, bedoeld in het tweede en derde lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. Bij gebreke van een overeenkomstig artikel 7, derde lid, gedane melding, is de vergroting van het varkensrecht nihil, onderscheidenlijk worden het varkensrecht en het fokzeugenrecht verkleind met het overeenkomstig het derde lid bepaalde aantal varkenseenheden.
2. De in het eerste lid bedoelde vergroting betreft het fokzeugenrecht en komt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het door de belanghebbende daartoe bij wijze van melding aangegeven deel van de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf is vergroot te delen door 7,4 kilogram fosfaat.
3. De in het eerste lid bedoelde verkleining komt overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de kilogrammen fosfaat waarmee het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen van het bedrijf is verkleind te delen door 7,4 kilogram fosfaat. De verkleining komt ten laste van het fokzeugenrecht voor zover het aantal varkenseenheden waarmee de verkleining overeenkomt groter is dan het verschil tussen het varkensrecht en het fokzeugenrecht. Artikel 9, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van dit artikel, indien het varkensrecht overeenkomstig artikel 7wordt bepaald, in artikel 9, vierde lid, in plaats van «1996» telkens wordt gelezen: 1995.
4. Artikel 7, derde lid, is op de meldingen, bedoeld in het tweede en derde lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. Bij gebreke van een overeenkomstig artikel 7, derde lid, gedane melding, is de vergroting van het varkensrecht nihil, onderscheidenlijk worden het varkensrecht en het fokzeugenrecht verkleind met het overeenkomstig het derde lid bepaalde aantal varkenseenheden.