BWBR0009542
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 41
Wet herstructurering varkenshouderij
1. Indien artikel 15op een andere datum dan 1 januari in werking treedt, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid van dat artikel in het desbetreffende jaar in de genoemde artikelleden in plaats van «jaar» telkens gelezen: het vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel resterende deel van het jaar.
2. Indien artikel 38op een andere datum dan 1 januari in werking treedt, wordt in het desbetreffende jaar voor de toepassing van artikel 55, eerste lid, van de Meststoffenwetonder uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen verstaan: een grotere productie dan het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 38geldende mestproductierecht, dat achtereenvolgens is vermenigvuldigd met het op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 38in het desbetreffende jaar verstreken aantal maanden gedeeld door twaalf, en is vermeerderd met het op 31 december van het desbetreffende jaar geldende mestproductierecht dat is vermenigvuldigd met het sedert het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 38in het desbetreffende jaar verstreken aantal maanden gedeeld door twaalf.
3. Voor de toepassing van artikel 13en het tweede lid en voor de toepassing van artikel 55a, eerste lid, van de Meststoffenwetworden ingeval in het betreffende kalenderjaar wijzigingen in de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond hebben plaatsgevonden of verplaatsing als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplaatsing mestproduktieheeft plaatsgevonden, de gevolgen daarvan voor de omvang van het in die bepalingen bedoelde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen bepaald overeenkomstig de regels van artikel 55 van de Meststoffenweten overeenkomstig de regels gesteld bij of krachtens de Wet verplaatsing mestproductie, alsof het de bepaling van het op de eerste dag van een kalenderjaar geldende niet-gebonden mestproductierecht zou betreffen en de bedoelde wijzigingen of verplaatsing zich zouden hebben voorgedaan in het voorafgaande kalenderjaar.
2. Indien artikel 38op een andere datum dan 1 januari in werking treedt, wordt in het desbetreffende jaar voor de toepassing van artikel 55, eerste lid, van de Meststoffenwetonder uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen verstaan: een grotere productie dan het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 38geldende mestproductierecht, dat achtereenvolgens is vermenigvuldigd met het op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 38in het desbetreffende jaar verstreken aantal maanden gedeeld door twaalf, en is vermeerderd met het op 31 december van het desbetreffende jaar geldende mestproductierecht dat is vermenigvuldigd met het sedert het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 38in het desbetreffende jaar verstreken aantal maanden gedeeld door twaalf.
3. Voor de toepassing van artikel 13en het tweede lid en voor de toepassing van artikel 55a, eerste lid, van de Meststoffenwetworden ingeval in het betreffende kalenderjaar wijzigingen in de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond hebben plaatsgevonden of verplaatsing als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplaatsing mestproduktieheeft plaatsgevonden, de gevolgen daarvan voor de omvang van het in die bepalingen bedoelde niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen bepaald overeenkomstig de regels van artikel 55 van de Meststoffenweten overeenkomstig de regels gesteld bij of krachtens de Wet verplaatsing mestproductie, alsof het de bepaling van het op de eerste dag van een kalenderjaar geldende niet-gebonden mestproductierecht zou betreffen en de bedoelde wijzigingen of verplaatsing zich zouden hebben voorgedaan in het voorafgaande kalenderjaar.