BWBR0009542
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 8
Wet herstructurering varkenshouderij
1. Bij gebreke van enige opgave als bedoeld in de artikelen 6, vierde lid, en 7, tweede lid, komt het varkensrecht van het bedrijf overeen met 90% van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door het door de belanghebbende daartoe bij wijze van melding aangegeven deel van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat en op de uitkomst 18% in mindering te brengen.
2. Het fokzeugenrecht van het in het eerste lid bedoelde bedrijf komt overeen met een percentage van het varkensrecht, welk percentage wordt bepaald door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal fokzeugen te delen door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100. De in de eerste volzin bedoelde aantallen fokzeugen en varkens zijn de aantallen die met betrekking tot het bedrijf zijn opgegeven in de aangifte overschotheffing die betrekking heeft op het jaar 1994. Bij gebreke van deze opgave is het fokzeugenrecht nihil.
3. Artikel 7, derde lid, is op de melding, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij gebreke van een overeenkomstig artikel 7, derde lid, gedane melding, is het varkensrecht nihil.
4. In geval in 1996 of 1995 het bedrijf is overgedragen, wordt, indien de belanghebbende overeenkomstig artikel 7, derde lideen melding doet, voor de toepassing van het eerste lid onder het ontbreken van een opgave als bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 7, tweede lid, mede verstaan het geval dat met betrekking tot het desbetreffende jaar hetzij door de vervreemder, hetzij door de verkrijger geen opgave is gedaan.
2. Het fokzeugenrecht van het in het eerste lid bedoelde bedrijf komt overeen met een percentage van het varkensrecht, welk percentage wordt bepaald door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal fokzeugen te delen door het in 1994 gemiddeld op het bedrijf gehouden aantal varkens en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100. De in de eerste volzin bedoelde aantallen fokzeugen en varkens zijn de aantallen die met betrekking tot het bedrijf zijn opgegeven in de aangifte overschotheffing die betrekking heeft op het jaar 1994. Bij gebreke van deze opgave is het fokzeugenrecht nihil.
3. Artikel 7, derde lid, is op de melding, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij gebreke van een overeenkomstig artikel 7, derde lid, gedane melding, is het varkensrecht nihil.
4. In geval in 1996 of 1995 het bedrijf is overgedragen, wordt, indien de belanghebbende overeenkomstig artikel 7, derde lideen melding doet, voor de toepassing van het eerste lid onder het ontbreken van een opgave als bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 7, tweede lid, mede verstaan het geval dat met betrekking tot het desbetreffende jaar hetzij door de vervreemder, hetzij door de verkrijger geen opgave is gedaan.