BWBR0009798
Geldig vanaf 1998-07-29
Artikel 6
Warenwetregeling Methoden van onderzoek brood
6.1. Berekening en formule.
6.1.1. Broden met een hoeveelheid droge stof groter dan 120 g.
Droge stofgewicht: (a:b) x (d:c) x e g, waarin:
a = gewicht van het brood bij het begin van het onderzoek (5.2.1.) in grammen
b = gewicht van het brood bij de monstername (5.1.1.)
c = afgewogen hoeveelheid blokjes in grammen (5.2.3.)
d = gewicht van de droge blokjes in grammen (5.2.5.)
e = gemiddeld gewicht van de bij de monstername gewogen broden (5.1.1.).
6.1.2. Broodjes met een hoeveelheid droge stof kleiner dan 120 g.
Droge stofgewicht: (a/b) x (d/c) x (e/n) g, waarin:
a = gewicht van de groep bij het begin van het onderzoek (5.3.1.)
b = gewicht van de groep bij monstername (5.1.2.)
c = afgewogen hoeveelheid blokjes in grammen (5.2.3.)
d = gewicht van de droge blokjes in grammen (5.2.5.)
e = gemiddelde gewicht van de bij de monstername gewogen groepen (5.1.2.)
n = aantal broodjes gebruikt bij de bepaling (5.1.2.)
6.1.1. Broden met een hoeveelheid droge stof groter dan 120 g.
Droge stofgewicht: (a:b) x (d:c) x e g, waarin:
a = gewicht van het brood bij het begin van het onderzoek (5.2.1.) in grammen
b = gewicht van het brood bij de monstername (5.1.1.)
c = afgewogen hoeveelheid blokjes in grammen (5.2.3.)
d = gewicht van de droge blokjes in grammen (5.2.5.)
e = gemiddeld gewicht van de bij de monstername gewogen broden (5.1.1.).
6.1.2. Broodjes met een hoeveelheid droge stof kleiner dan 120 g.
Droge stofgewicht: (a/b) x (d/c) x (e/n) g, waarin:
a = gewicht van de groep bij het begin van het onderzoek (5.3.1.)
b = gewicht van de groep bij monstername (5.1.2.)
c = afgewogen hoeveelheid blokjes in grammen (5.2.3.)
d = gewicht van de droge blokjes in grammen (5.2.5.)
e = gemiddelde gewicht van de bij de monstername gewogen groepen (5.1.2.)
n = aantal broodjes gebruikt bij de bepaling (5.1.2.)