BWBR0010475
Geldig vanaf 1999-07-19
Artikel 2
Besluit risico’s zware ongevallen 1999
Dit besluit is niet van toepassing op:
a. inrichtingen in gebruik bij de krijgsmacht;
b. inrichtingen voor het opsporen en winnen van delfstoffen als bedoeld in artikel 1, onder e en f, van de Mijnbouwwet, met uitzondering van inrichtingen waar chemische en thermische verwerkingsactiviteiten en de daarmee verband houdende opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden;
c. inrichtingen voor het op of in de bodem brengen van afvalstoffen om ze daar te laten, met uitzondering van inrichtingen die in werking zijn voor het zich ontdoen van residuen, waaronder residuvijvers of -bekkens, die gevaarlijke stoffen bevatten, in het bijzonder indien zij worden gebruikt in verband met chemische of thermische verwerking van mineralen;
d. inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten;
e. spoorwegemplacementen, voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting waarop dit besluit van toepassing is;
f. inrichtingen die krachtens artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet zijn aangewezen als mijnbouwwerken, voor zover het opsporen en winnen van delfstoffen dan wel het opslaan van gevaarlijke stoffen plaatsvindt op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van die wet.
a. inrichtingen in gebruik bij de krijgsmacht;
b. inrichtingen voor het opsporen en winnen van delfstoffen als bedoeld in artikel 1, onder e en f, van de Mijnbouwwet, met uitzondering van inrichtingen waar chemische en thermische verwerkingsactiviteiten en de daarmee verband houdende opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden;
c. inrichtingen voor het op of in de bodem brengen van afvalstoffen om ze daar te laten, met uitzondering van inrichtingen die in werking zijn voor het zich ontdoen van residuen, waaronder residuvijvers of -bekkens, die gevaarlijke stoffen bevatten, in het bijzonder indien zij worden gebruikt in verband met chemische of thermische verwerking van mineralen;
d. inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten;
e. spoorwegemplacementen, voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting waarop dit besluit van toepassing is;
f. inrichtingen die krachtens artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet zijn aangewezen als mijnbouwwerken, voor zover het opsporen en winnen van delfstoffen dan wel het opslaan van gevaarlijke stoffen plaatsvindt op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van die wet.