BWBR0010475
Geldig vanaf 1999-07-19
Artikel 25
Besluit risico’s zware ongevallen 1999
1. Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 48, zesde lid, van de Wet veiligheidsregio’sin de artikelen 13, eerste lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, en 21, eerste lid, bepaalde, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten.
2. Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandigenhedenwetin de artikelen 3, tweede lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 9, 10, eerste lid, 11, eerste lid, 13, tweede en derde lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, 17, 21, eerste lid, 22, eerste tot en met vierde lid, 23, 26, eerste lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, en het krachtens artikel 29bepaalde, is een strafbaar feit.
3. Als overtreding ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften die zijn opgenomen:
a. in de artikelen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van de artikelen 23 en 29;
b. in de artikelen van de op grond van artikel 29 vastgestelde ministeriële regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald.
4. Ter zake van de naleving van de bepalingen, bedoeld in het derde lid, en van artikel 23kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
2. Handelen of nalaten in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandigenhedenwetin de artikelen 3, tweede lid, 5, eerste tot en met vierde lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 9, 10, eerste lid, 11, eerste lid, 13, tweede en derde lid, 14, eerste en tweede lid, 16, vijfde lid, 17, 21, eerste lid, 22, eerste tot en met vierde lid, 23, 26, eerste lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en vierde lid, en het krachtens artikel 29bepaalde, is een strafbaar feit.
3. Als overtreding ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften die zijn opgenomen:
a. in de artikelen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van de artikelen 23 en 29;
b. in de artikelen van de op grond van artikel 29 vastgestelde ministeriële regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald.
4. Ter zake van de naleving van de bepalingen, bedoeld in het derde lid, en van artikel 23kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd.