BWBR0010719
Geldig vanaf 01-01-2005
Artikel 4
Zuivelverordening 2000, Uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht
1. De ontvanger van boerderijmelk zorgt ervoor dat van elke leverantie boerderijmelk een representatief monster wordt genomen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. De ontvanger van boerderijmelk stelt dit monster ter beschikking van een door het bestuur erkend melkcontrolestation.
2. De ontvanger van boerderijmelk zorgt ervoor dat de chauffeur-monsternemer die wordt belast met de bemonstering van boerderijmelk ter zake kundig is.
3. Indien gebruik wordt gemaakt van (semi-)automatische monsternemingsapparatuur is het betrokken apparaat voorzien van een type- en een installatiegoedkeuring afgegeven door het COKZ. De apparatuur voldoet voorts aan nader door het bestuur gestelde eisen. Het voorgaande laat onverlet het gebruik van (semi-)automatische monsternemingsapparatuur die is voorzien van een typegoedkeuring in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een Lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, die garanties biedt die gelijkwaardig zijn aan vorenbedoelde eisen.
2. De ontvanger van boerderijmelk zorgt ervoor dat de chauffeur-monsternemer die wordt belast met de bemonstering van boerderijmelk ter zake kundig is.
3. Indien gebruik wordt gemaakt van (semi-)automatische monsternemingsapparatuur is het betrokken apparaat voorzien van een type- en een installatiegoedkeuring afgegeven door het COKZ. De apparatuur voldoet voorts aan nader door het bestuur gestelde eisen. Het voorgaande laat onverlet het gebruik van (semi-)automatische monsternemingsapparatuur die is voorzien van een typegoedkeuring in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een Lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, die garanties biedt die gelijkwaardig zijn aan vorenbedoelde eisen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010719
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl