BWBR0010719
Geldig vanaf 01-01-2005
Artikel 8
Zuivelverordening 2000, Uitbetaling van boerderijmelk naar kwaliteit, samenstelling en gewicht
1. Het kwaliteitsonderzoek bestaat uit de volgende onderdelen:
a. het onderzoek naar de aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen (frequentie: elke leverantie);
b. de bepaling van het kiemgetal (frequentie: 2 keer per bemonsteringsperiode);
c. de bepaling van de verontreinigingsgraad (frequentie: 1 keer per bemonsteringsmethode);
d. de bepaling van het celgetal (frequentie: 2 keer per bemonsteringsperiode);
e. de bepaling van de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacterien (frequentie: 1 keer per bemonsteringsperiode);
f. de bepaling van de titreerbare zuurtegraad van het vet (frequentie: 1 keer in de maanden april tot en met juni en 1 keer in de maanden september tot en met november);
g. de bepaling van het vriespunt (frequentie: 1 keer per halfjaar).
2. De bepalingen bedoeld in lid 1, onder b. en d. worden uitgevoerd in respectievelijk de eerste en tweede halve bemonsteringsperiode.
3. De bepaling van de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacterien wordt uitgevoerd in een monster uit de eerste halve bemonsteringsperiode. Indien in beide buizen duidelijk gasvorming is opgetreden, wordt de desbetreffende bepaling wederom uitgevoerd in een monster uit de tweede halve bemonsteringsperiode.
4. In geval van onregelmatige leveranties worden de in lid 1 vermelde frequenties zoveel mogelijk benaderd. Tevens vinden de in lid 1, onder b. tot en met g. bedoelde onderzoeken op zodanige wijze plaats dat in opeenvolgende bemonsteringsperioden geen regelmaat in het onderzoek van het desbetreffende kwaliteitsonderdeel is te ontdekken.
5. De voorzitter kan, gehoord het COKZ, in spoedeisende gevallen onderzoeken of bepalingen bedoeld in lid 1 opschorten.
6. De onderzoeken als bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd met methoden die voldoen aan het bepaalde in de Zuivelverordening 2003, Eisen methoden kwaliteitsonderzoek.
7. Het kwaliteitsonderzoek wordt verricht met inachtneming van de bepalingen van Richtlijn 92/46/EEG (PB EG 14 september 1992, L 268), zoals deze is of zal worden gewijzigd.
8. De uitslag van het kwaliteitsonderzoek wordt door of namens het bestuur van het productschap vastgesteld en aan de melkveehouder schriftelijk bekendgemaakt. De uitslag van het kwaliteitsonderzoek wordt tevens aan de ontvanger van boerderijmelk bekendgemaakt.
a. het onderzoek naar de aanwezigheid van melkvreemde bacteriegroeiremmende stoffen (frequentie: elke leverantie);
b. de bepaling van het kiemgetal (frequentie: 2 keer per bemonsteringsperiode);
c. de bepaling van de verontreinigingsgraad (frequentie: 1 keer per bemonsteringsmethode);
d. de bepaling van het celgetal (frequentie: 2 keer per bemonsteringsperiode);
e. de bepaling van de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacterien (frequentie: 1 keer per bemonsteringsperiode);
f. de bepaling van de titreerbare zuurtegraad van het vet (frequentie: 1 keer in de maanden april tot en met juni en 1 keer in de maanden september tot en met november);
g. de bepaling van het vriespunt (frequentie: 1 keer per halfjaar).
2. De bepalingen bedoeld in lid 1, onder b. en d. worden uitgevoerd in respectievelijk de eerste en tweede halve bemonsteringsperiode.
3. De bepaling van de aanwezigheid van sporen van boterzuurbacterien wordt uitgevoerd in een monster uit de eerste halve bemonsteringsperiode. Indien in beide buizen duidelijk gasvorming is opgetreden, wordt de desbetreffende bepaling wederom uitgevoerd in een monster uit de tweede halve bemonsteringsperiode.
4. In geval van onregelmatige leveranties worden de in lid 1 vermelde frequenties zoveel mogelijk benaderd. Tevens vinden de in lid 1, onder b. tot en met g. bedoelde onderzoeken op zodanige wijze plaats dat in opeenvolgende bemonsteringsperioden geen regelmaat in het onderzoek van het desbetreffende kwaliteitsonderdeel is te ontdekken.
5. De voorzitter kan, gehoord het COKZ, in spoedeisende gevallen onderzoeken of bepalingen bedoeld in lid 1 opschorten.
6. De onderzoeken als bedoeld in lid 1 worden uitgevoerd met methoden die voldoen aan het bepaalde in de Zuivelverordening 2003, Eisen methoden kwaliteitsonderzoek.
7. Het kwaliteitsonderzoek wordt verricht met inachtneming van de bepalingen van Richtlijn 92/46/EEG (PB EG 14 september 1992, L 268), zoals deze is of zal worden gewijzigd.
8. De uitslag van het kwaliteitsonderzoek wordt door of namens het bestuur van het productschap vastgesteld en aan de melkveehouder schriftelijk bekendgemaakt. De uitslag van het kwaliteitsonderzoek wordt tevens aan de ontvanger van boerderijmelk bekendgemaakt.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010719
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl